lentekriebels in de tuin van Maria
CLVI
ANNA-LEA
EERSTE VAN DE GEWIJDE MAAGDEN
156.1
M. Valtorta:
'Jezus klopt - samen met Petrus, Andreas en Johannes - op de deur van zijn huis in Nazareth.
Zijn Moeder doet meteen open, en haar gezicht begint te stralen met een brede glimlach
als ze Jezus ziet.
"Welkom terug, mijn Zoon!
Sinds gisteren heb ik een reine duif bij me, die op Je wacht.
Ze komt van ver. En die haar vergezelde, kon niet langer blijven.
Omdat ze mij om raad vroeg, zei ik wat ik kon. Maar alleen Jij, mijn Zoon, bent Wijsheid.
Welkom terug, ook jullie! Kom meteen een hapje eten!"
"Ja. Blijven jullie hier!
Ik ga onmiddellijk naar dat meisje dat op me wacht."
Nieuwsgierigheid is bij alle drie aanwezig, maar op verschillende manieren.
Petrus tuurt geïnteresseerd naar alle kanten, in de hoop voorbij de muren te kunnen kijken.
Johannes lijkt de naam van de onbekende op het glimlachende gezicht van Maria te willen lezen.
Andreas, die diep bloost, kijkt in plaats daarvan met alle kracht van zijn pupillen naar Jezus,
en een stille smeekbede trilt in zijn blik en op zijn lippen.
Maar Jezus let op niemand.
Terwijl de drie besluiten de keuken in te gaan,
waar Maria hun voedsel en de warmte van het vuur aanbiedt,
tilt Jezus het gordijn op dat de opening naar de tuin verbergt en gaat naar buiten.
Een zacht zonnetje...
zorgt ervoor dat de bloeiende takken van de hoge amandelboom in de tuin nog sprookjesachtiger en onwerkelijker lijken. De enige in bloei, de hoogste van alle planten in de tuin, rijk in zijn wit-roze zijden kleed tussen de naakte armoede van de andere – peer, appel, vijg, wijnstok, granaatappel, alle nog droog en kaal – pompeus in zijn schuimende en levendige sluier, tegenover de grijze, monotone nederigheid van de olijfbomen, lijkt het alsof hij met zijn lange takken een heel lichte wolk heeft gevangen, verloren in het blauwe veld van de lucht, en zichzelf heeft gewikkeld in een lint om tegen iedereen te zeggen:
"De bruiloft van de lente komt eraan! Verheug jullie, planten en dieren! Het is de tijd voor het kussen met de wind, met de bijen of met de bloemen. Het is de tijd voor het kussen onder de dakpannen, of in het struikgewas van het bos, oh kleine vogeltjes van God, oh witte schapen. Vandaag het kussen, morgen de nakomelingen, om het Werk van de Schepper, onze God, voort te zetten!"
Jezus, met Zijn armen over elkaar geslagen, glimlacht terwijl hij in de zon staat, en de pure, vredige gratie bewondert van de tuin van Zijn Moeder, met z'n bloemperken vol lelies, die zich al openbaren door de eerste blaadjes, met z'n nog kale rozenstruiken, en z'n zilverkleurige olijfboom, te midden van andere bloemenfamilies, verspreid tussen de bescheiden perken met peulvruchten en sla, die net beginnen te groeien. Zuiver, ordelijk, zacht/lieftallig, lijkt ook hij de oprechtheid van volmaakte maagdelijkheid uit te stralen.'
Reacties
Een reactie posten