aanwezigheid van Stefanus werkt verlammend (vooral voor Iskariot)
166.5
Maria Valtorta:
'Maar het volk is nog steeds niet tevreden
en vraagt door de mond van iemand die een leider lijkt te zijn:
"Maar wij zijn klein, als kinderen, in het Goede.
Kinderen kennen de betekenis van Goed en Kwaad nog niet, ze maken geen onderscheid.
En wij, op deze Weg die Hij aangeeft, zijn zo vormloos/ongevormd
dat we niet in staat zijn onderscheid te maken.
Wij hadden een bekende weg.
De oude die ons op scholen werd geleerd.
Zo moeilijk, lang, angstaanjagend!
Nu horen we, uit Zijn woorden,
dat Hij is als dat aquaduct dat we van hieruit zien.
Beneden is de weg van dieren en van mensen.
Boven, op de lichte bogen, hoog in de zon en het blauw,
vlakbij de hoogste takken die ritselen en zingen van de wind en de vogels,
is er een andere weg, glad, schoon, helder - zoals de onderste ruw, vuil, donker is -
een weg voor het water dat helder en lieflijk is, dat een zegen is,
voor het water dat van God komt
en dat gestreeld wordt door wat van God is:
de stralen van zon en sterren, jonge blaadjes, bloemen, zwaluwvleugels.
Wij zouden graag naar die hogere weg klimmen, welke de Zijne is,
en we kunnen het niet, omdat we hier beneden vastzitten,
onder het gewicht van al die oude bouwwerken.
Hoe doen we dat?"
Degene die sprak,
was een jongeman van een jaar of vijfentwintig, donker, robuust, met een intelligente blik en een minder volks voorkomen dan de meeste aanwezigen. Hij leunt tegen een andere, meer volwassen man.
De Iskariot, lang als hij is, fluistert tegen zijn metgezellen: "Snel, spreek goed. Daar is Hermas, met Stefanus! Stefanus, de lieveling van Gamaliël!"
Wat de apostelen uiteindelijk volledig in verlegenheid brengt.'
Reacties
Een reactie posten