zalig wie arm van geest is (rijken zowel als armen: onthecht, vol liefde, God dienend)



170.6

M. Valtorta:


'"GEZEGEND BEN IK ALS IK ARM VAN GEEST BEN

O! Satanische brand naar rijkdommen,

wat een waan breng jij teweeg!


In rijken, zowel als in armen.

De rijke die leeft voor zijn goud:

beruchte afgod van zijn geruïneerde geest.

De arme die leeft van haat jegens de rijke man omdat hij goud heeft,

en die, ook als hij geen materiële moord pleegt, zijn vloeken werpt

over de hoofden van de rijken, en hen allerlei kwaad toewenst.


-


Het is niet genoeg geen kwaad te doen,

men moet het ook niet wíllen doen.


Wie vloekt, ongeluk en dood toewenst,

verschilt niet veel van wie materieel doodt,

aangezien hij het verlangen in zich heeft om degene die hij haat te zien vergaan.


Wérkelijk, Ik zeg jullie, dat verlangen niets anders is dan een ingehouden daad,

net als een geconcipieerde in de baarmoeder, die al gevormd is,

maar nog niet uitgedreven.


Kwaad verlangen vergiftigt en bederft,

omdat het langer voortduurt dan de gewelddadige daad,

dieper voortduurt dan de daad zelf.


-


De arme van geest,

als hij rijk is, zóndigt niet voor goud,

maar maakt zijn goud tot zijn heiliging,

omdat hij er Liefde van maakt.

Geliefd en gezegend, is hij zoals bronnen die redden in de woestijnen,

en die zich geven zonder gierigheid, gelúkkig dat ze zich kunnen geven

om wanhoop te verdrijven.


Als hij arm is,

is hij gelukkig in zijn armoede,

en eet zijn zoete brood met de opgewektheid van het vrij zijn van goudkoorts,

en slaapt zijn slaap vrij van nachtmerries, en staat uitgerust op

voor zijn vredige dagtaak, die altijd licht lijkt,

als ze wordt gedaan zonder hebzucht

en afgunst.






-Thérèse van Lisieux en familie-

De dingen die de mens rijk maken,

zijn goud op materieel, en genegenheden op moreel gebied.

Goud omvat niet alleen munten, maar ook huizen, akkers, juwelen, meubels, kuddes,

kortom alles wat het leven materieel rijk maakt.

Genegenheden houdt in: bloed- of huwelijksbanden,

vriendschappen, intellectuele rijkdommen, publieke posities.


Zoals jullie zien,

als de armen in de eerste categorie kunnen zeggen:

'O! Wat mij betreft! Zolang ik maar niet jaloers ben op hen die hebben,

dan gaat het goed met me, want ik arm ben en dus noodzakelijkerwijs goed'...


dan moeten zelfs de armen van de tweede categorie goed letten op zichzelf,

want zelfs de grootste sukkelaar kan op zondige wijze 'rijk van geest' worden.

Wie zich onmatig aan iets hecht, zie je, die zondigt.


-


Je zult zeggen:

'Maar moeten wij dan het goede haten dat God ons heeft gegeven?

Waarom gebiedt Hij ons dan onze vader en moeder, vrouw en kinderen lief te hebben,

en zegt Hij: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf?'


Maken jullie het onderscheid.

Wij moeten onze vader en moeder, onze vrouw en naaste liefhebben,

maar in de mate die God ons gegeven heeft: als onszelf.


Terwijl God boven alles, en met heel ons wezen, bemind moet worden.

Niet God liefhebben zoals we onze dierbaarste naaste liefhebben,

de een omdat zij ons zoogde, de ander omdat hij tegen onze borst slaapt en onze kinderen verwekt.

En Hem liefhebben met heel ons wezen, d.w.z. met het gehele vermogen tot liefhebben

dat in de mens aanwezig is: liefde voor een kind, liefde voor een echtgenoot,

liefde voor een vriend, en - o! neem er geen aanstoot aan - vaderliefde!


Ja, in Gods belang, moeten wij dezelfde zorg hebben als een vader voor zijn kroost,

voor wie hij liefdevol het bestaan ​​beschermt en vermeerdert,

en voor wie hij zorg draagt ​​en zich bekommert

om hun fysieke en culturele groei

en hun succes in de wereld.


Liefde is geen kwaad en mag het niet worden.

De genaden die God ons schenkt, zijn geen kwaad en mogen het niet worden.

Ze zijn Liefde. Uit liefde worden ze gegeven.

We moeten de rijkdommen die God ons schenkt dan ook liefdevol gebruiken,

zowel de genegenheden als de goederen.


En alleen zij die er geen afgoden van maken,

maar middelen om God in heiligheid te dienen,

laten zien dat ze er geen zondige gehechtheid aan hebben.


Beoefen dan de heilige armoede van de geest, die zich van alles ontdoet

om vrijer de heilige God, de opperste Rijkdom, te veroveren/verwerven.

Om God te veroveren, d.w.z. het Koninkrijk der Hemelen te krijgen."'


24 mei 1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken