Jezus geneest man die Hem haat



171.6

Maria Valtorta:

'"Hier, voor Mij, staat ook iemand die Mij haat,

en die niet tegen Mij durft te zeggen: 'Genees Mij',

omdat hij weet dat Ik zijn gedachten ken.


Maar Ik zeg:

'Laat het gebeuren zoals je wil.

En zoals je de schubben van de ogen vallen,

zo mogen ook uit je hart de wrok en de duisternis vallen.'


Gaat allen met Mijn Vrede.

Morgen zal Ik weer tot jullie spreken."



De mensen vertrekken langzaam,

misschien in afwachting van een wonderkreet, die niet komt.


Ook de apostelen en de oudste discipelen, die op de berg achterblijven, vragen:

"Maar wie was dat? Is hij dan niet genezen?"... en ze dringen aan bij de Meester,

die met Zijn armen over elkaar gekruist bleef staan

​​om de mensen die afdaalden, gade te slaan.


Maar Jezus antwoordt eerst niet.

Dan zegt Hij: "De ogen zijn genezen.

De ziel niet. Dat kan niet, want die is vol haat."


"Maar wie was het? Die Romein misschien?"

"Nee. Een onverlaat."



"Maar waarom heb Je hem dan genezen?" vraagt ​​Petrus.

"Moet Ik zijn soort dan neerbliksemen?"


"Heer... Ik weet dat Je niet wil dat ik 'ja' zeg,

en daarom zeg ik het niet... maar ik denk het wel...

en dat is hetzelfde..."


"Dat is hetzelfde, Simon van Jona.

Maar weet dan dat... O! hoeveel harten vol haat Mij omringen!

Kom. Laten we daarheen gaan, om vanuit de hoogte te kijken

naar ons prachtige Meer van Galilea.

Alleen jij en ik."'


25 mei 1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

de geest - in íeder mens - snakt naar de hemel