grotervaring: God-Bruidegom trekt Bruid tot zich


165.4

Maria Valtorta:

'"Wat weet jij meer dan de anderen?"


"Wat de Heer mij in deze grot vertelde!

Zie je, ik ben nooit tot Jou gekomen...

en ik denk dat mijn metgezellen zeiden dat dit ongevoeligheid en trots was.

Maar het kan me niet schelen wat ze denken. Ik weet dat Jij de waarheid kent.

Ik ben niet naar Jezus Christus gekomen, de vleesgeworden Zoon van God;

maar dat wat Jij bent, in de schoot/boezem van het Vuur dat de eeuwige Liefde is

van de Allerheiligste Drie-eenheid, de Natuur, de Essentie, de ware Essentie ervan...


– o! dat ik niet alles zeggen kan wat ik ook heb begrepen in deze donkere, donkere grot

die zo vol lichten voor mij is geworden, in deze koude grot, waarin ik ben verbrand

door een vuur zonder gezicht, maar dat is afgedaald in mijn diepten

en ze heeft verlicht met een zoet martelaarschap, in deze grot zonder stem,

maar die mij heeft toegezongen over hemelse waarheden –


...maar dat wat Jij bent,

Tweede Persoon van het onuitsprekelijke Mysterie dat God is

en dat ik doordring/penetreer omdat God mij tot Zich heeft getrokken,

dat heb ik altijd bij me gehad.


En al mijn verlangens, al mijn tranen, al mijn vragen,

ik heb ze uitgestort op Uw goddelijke borst/in Uw goddelijke schoot, Woord van God.


Nooit was er een woord, onder de vele die ik van Jou heb gehoord,

zo groots als het Woord dat Jij hier tegen mij zei:

Jij, God de Zoon;

Jij, God als de Vader;

Jij, God als de Heilige Geest;

Jij, Jij die de spil bent van de Drie-eenheid...


O! Misschien laster ik!

Maar het lijkt mij zo.

Want als Jij dat niet was, Liefde van de Vader en Liefde tot de Vader,

zie, dan zou de Liefde ontbreken, de goddelijke Liefde,

en de Goddelijkheid zou niet langer Drie-eenheid zijn,

en de meest passende eigenschap van God zou ontbreken:

Zijn Liefde!


O! Ik heb hier zoveel,

maar het is als water dat tegen een slot gorgelt en er niet uit kan...

Ik heb het gevoel dat ik eraan sterf, zo Hevig en verheven is het tumult

dat in mijn hart is neergedaald sinds ik Jou heb begrepen...


Maar voor niets ter wereld zou ik ervan bevrijd willen worden...

Laat me sterven aan deze Liefde, mijn lieve God!"



Johannes glimlacht en huilt,

buiten adem, ontstoken door zijn liefde,

achtergelaten op Jezus' borst, alsof de vlam hem uitput.


En Jezus liefkoost/streelt hem,

op Zijn beurt brandend van liefde.


Johannes herpakt zich

onder een golf van nederigheid die hem doet smeken:

"Vertel de anderen niet wat ik Jou heb verteld.

Ze hebben vast ook weten te leven van God

zoals ik in deze dagen heb geleefd.

Maar laat de steen van stilte

rusten op mijn geheim."


"Wees gerust, Johannes.

Niemand zal weten van je huwelijk met de Liefde.

Kleed je aan, kom. We moeten gaan!"'


16 mei 1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken