voortbrengen wat niet sterft, welk ander wezen kent die vreugde?


167.9

M. Valtorta:

'"Voor Ik naar jullie kwam,

vertelde jullie vriendin Me dat ze verrast was door jullie passie voor bloemen.

En ze was bang dat dit Me zou beledigen.


Maar Ik stelde haar gerust door te zeggen:

'Ik hou óók van bloemen, en daarom zullen we elkaar echt goed begrijpen!'


Maar...

Ik wil jullie ertoe brengen van bloemen te houden zoals Ik Valeria ertoe breng van haar kindje te houden, aan wie ze nu, Ik weet het wel zeker, méér zorg zal besteden, nu ze weet dat het een ziel heeft, dat die een deeltje van God is, ingesloten in het vlees dat jij, moeder, voor haar hebt gemaakt; een deeltje dat niet sterft, en dat haar moeder in de hemel zal terugvinden, als ze in de ware God gelooft.

Hetzelfde geldt vor jullie!... Kijk naar deze prachtige roos. Het paars dat de keizerlijke mantel siert, is minder prachtig dan dit bloemblaadje, dat niet alleen een lust is voor het oog vanwege zijn kleur, maar ook een lust voor iedere aanraking vanwege zijn zachtheid, en voor de reukzin vanwege z'n parfum.


En kijk nog eens naar deze, en die, en die daarginds!

De eerste is als bloed dat uit een hart gutst,

de tweede als pas gevallen sneeuw,

de derde als bleek goud,

de laatste... als dat lieve kindergezichtje dat lacht op Mijn schoot.


Kijk nog eens!

De eerste staat stijf op een dikke stengel,

bijna zonder doornen, roodachtig in het blad, alsof het met bloed is bespat.

De tweede heeft zeldzame haakjes van doornen,

en ondoorzichtige en bleke bladeren langs de stengel.

De derde is soepel als een bies,

en heeft klein en glanzend blad, als groene was.

De laatste lijkt elke aanval op de roze kroon te willen blokkeren,

zozeer is hij bedekt met doornen. Het lijkt wel een rasp, met zeer scherpe punten!



Denk nu eens na!

Wie heeft dit gemaakt?...

Hoe?... Wanneer?... Waar?...

Wat was dan die plek, in de nacht der tijden?...


Het was niets.

Het was een vormeloze beweging van elementen.


Eén iemand, God, zei: 'Ik wil'...

en de elementen scheidden zich, en herenigden zich in families.


En nog een 'Ik wil' donderde...

en ze rangschikten zich tegenover elkaar:

het water tussen de landen;

het ene boven het andere: de lucht en het licht boven de samengestelde planeet.


Nog een 'Ik wil'...

en daar waren de planten.


En dan waren er de sterren.

En daarna de dieren, en tenslotte de mens.


En opdat de mens vreugde zou vinden,

als prachtige speeltjes voor zijn lieveling,

schonk God hem de bloemen, de sterren...


en gaf hem uiteindelijk/ultiem de vreugde

om voort te brengen wat niet sterft, maar wat de dood overleeft,

door de gave van God die de ziel is.


Deze rozen zijn evenzovele 'willen' van de Vader.

Zijn on-eindige almacht komt tot uiting

in de on-eindig veel schoonheden."'


19 mei 1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

de geest - in íeder mens - snakt naar de hemel