Jabes op de schouders van Petrus
192.2
Maria Valtorta:
'Een prachtige beek die naar de zee stroomt,
gevuld met lenteregens en gesmolten sneeuw, belemmert hun voortgang.
Petrus snelt ernaartoe en zegt: "De brug is verderop, waar de weg van Ptolemaïs naar Engannim loopt."
Jezus keert gedwee terug en steekt de beek over via een stevige stenen brug.
Kort daarna verschijnen er meer heuvels en heuvels, maar niet veel groter.
"Zullen we tegen de avond in Engannim zijn?" vraagt Filippus.
"Zeker. Maar... nu hebben we het kind. Ben je moe, Jabes?" vraagt Jezus liefdevol.
"Wees oprecht als een engel."
"Een beetje, Heer. Maar ik zal mezelf dwingen om te lopen."
"Dit kind is verzwakt," zegt de man uit Endor met zijn keelklank.
"Reken maar!" roept Petrus uit. "Met het leven dat hij al een paar maanden leidt!
Kom, laat me je optillen."
"O nee, meneer. Maak je niet te moe. Ik kan nog lopen."
"Kom, kom. Je bent zeker niet zwaar. Je ziet eruit als een ondervoed vogeltje,"
en Peter hijst hem op zijn vierkante schouders, hem bij de benen vasthoudend.
Ze vertrekken snel, want de zon is nu krachtig
en nodigt en spoort hen aan om de schaduwrijke heuvels te bereiken.'
Reacties
Een reactie posten