met Jakobus naar Berg Karmel - na Pasen

CXCII

VOORSPELLING AAN JAKOBUS VAN ALFEÜS

AANKOMST IN ENGANNIM, NA TUSSENSTOP IN MAGEDDO

-Jacobus van Alfeüs (L. Ferri)-

192.1

Maria Valtorta:

"Is die piek de berg Karmel, Heer?" vraagt neef Jakobus.

"Ja, broer. Dat is het Karmelgebergte, en de hoogste top is die waaraan de keten zijn naam ontleent."

"De wereld moet van daar ook prachtig zijn. Ben Jij er ooit geweest?"

"Een keer, alleen, aan het begin van Mijn prediking.

En aan de voet ervan genas ik mijn eerste melaatse.

Maar we zullen er samen heen gaan, om Elia te gedenken..."

"Dank Je, Jezus. Je hebt me zoals altijd begrepen."


"En zoals altijd vervolmaak Ik je, Jakobus."

"Waarom?"

"Het waarom staat geschreven in de hemel."

"Zou Je het mij niet willen vertellen, broer...

Jij, die leest wat in de hemel geschreven staat?"


Jezus en Jakobus lopen naast elkaar,

en alleen de kleine Jabes, die nog steeds Jezus' hand vasthoudt,

kan het vertrouwelijke gesprek van de twee neven horen,

terwijl ze glimlachen en elkaar in de ogen kijken.


Jezus slaat een arm om Jakobus' schouders

om hem nog dichterbij te trekken en vraagt:

"Wil je het echt weten? Welnu, Ik zal het je in raadsels vertellen,

en als je de sleutel vindt, zul je wijs zijn! Luister!...


Toen de valse profeten zich op de berg Karmel verzameld hadden, kwam Elia naar het volk en zei: 'Hoe lang blijven jullie nog op twee gedachten hinken? Als de Heer God is, volg Hem dan; als het Baäl is, volg Hem!' Het volk gaf geen antwoord.

Toen vervolgde Elia en zei tot het volk: 'Ik ben de enige overgeblevene van de profeten van de Heer.' En als de enige kracht was zijn roep: 'Hoor mij, Heer, hoor mij! Zodat dit volk erkent dat Gij de Heer God zijt, en dat Gij hun hart opnieuw hebt bekeerd.' Toen viel het vuur van de Heer neer en verteerde het brandoffer.


Broeder, raad eens!

Jakobus denkt na met gebogen hoofd,

en Jezus kijkt hem glimlachend aan.


Ze lopen zo een paar meter, dan vraagt Jakobus:

"Heeft het met Elia te maken, of met mijn toekomst?"


"Met jouw toekomst, natuurlijk..."

Jakobus denkt nog eens na en mompelt dan:

"Ben ik voorbestemd om Israël uit te nodigen een Pad van Waarheid te volgen?

Ben ik geroepen om de enige te zijn die in Israël overblijft?

Als dat zo is, betekent dit dat de anderen vervolgd en verstrooid zullen worden?

En dat... en dat... ik tot Jou zal bidden voor de bekering van dit volk...

alsof ik een priester was... alsof ik... een offer was...

Maar als dat het geval is, steek mij dan van nu af aan in brand, Jezus..."


"Dat ben je al.

Maar je zult door het Vuur worden meegenomen, net als Elia.

Daarom gaan wij, jij en Ik alleen, naar de berg Karmel,

om te praten."


"Wanneer? Na Pasen?"

"Na Pasen, ja. En dan zal Ik jou veel vertellen..."'


17 juni 1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken