man neergestoken in huis van Maria Magdalena
-Villa aan Gardameer (It.)-
183.2
Maria Valtorta:
'De groep loopt verder, nu in stilte.
De weg, van een hoofdweg, wordt een stadsweg, met een plaveisel van stenen, een palmenbreed plein. De huizen worden steeds rijker en mooier, te midden van weelderige en bloemrijke tuinen en boomgaarden. Ik heb de indruk dat het elegante Magdala voor de Palestijnen toen een soort lustwarande was, zoals sommige steden aan onze Lombardische meren: Stresa, Gardone, Pallanza, Bellagio, enz.
De rijke Palestijnen daar gemengd met Romeinen, ongetwijfeld afkomstig uit andere plaatsen zoals Tiberias of Caesarea, waar rondom de gouverneur zeker ambtenaren en kooplieden leefden om de mooiste producten van de Palestijnse kolonie naar Rome te exporteren.
Jezus gaat verder, alsof Hij weet waar Hij heen moet. Hij loopt langs het meer, aan de rand waarvan Hij uitkijkt over de huizen met hun tuinen.
Een groot koor van kreten komt uit een rijke villa.
Het zijn de stemmen van vrouwen en kinderen
en, heel hoog, een vrouw die roept:
"Zoon! Zoon!"
Jezus draait zich om en kijkt naar zijn apostelen.
Judas komt naar voren.
"Niet jij," beveelt Jezus.
"Jij, Matteüs. Ga en vraag wat er is!"
Matteüs gaat en komt terug:
"Een gevecht, Meester! Een man ligt op sterven. Een Jood.
De aanvaller is gevlucht, hij was een Romein.
De vrouw, de moeder en de kleine kinderen zijn toegesneld...
Maar hij sterft!"
"Laten we gaan."
"Meester... Meester... Het incident vond plaats in het huis van een vrouw...
die niet zijn echtgenote is."
"Laten we gaan!"'
Reacties
Een reactie posten