Sauls misdaad in de grot van Endor - definitief doden van zijn ziel
188.5
Maria Valtorta:
'Ze komen aan bij een spelonk
gemaakt van ingestort puin en holen in de berg.
De man probeert zijn stem kalm te laten klinken en zegt:
"Hier is het. Ga maar naar binnen."
"Dank je wel, vriend. Wees zo goed..."
De man zegt niets en blijft waar hij is, terwijl Jezus en zijn volgelingen,
die over grote stenen stappen die ongetwijfeld stukken waren van zeer stevige muren,
en hagedissen en andere nare wezens doen opschrikken,
een enorme, zwartgeblakerde grot binnengaan
waarvan de wanden, in de rots gekrast,
nog steeds tekens van de dierenriem
en soortgelijke verhalen bevatten.
In een rokerige hoek bevindt zich een nis
en daaronder een gat, dat lijkt op een rioolputje voor vloeistoffen.
Vleermuizen versieren het plafond met hun walgelijke trossen,
en een uil, gestoord door het licht van een tak die Jakobus heeft aangestoken
om te zien of ze schorpioenen of adders zouden vertrappen, klaagt,
klapperend met zijn gedempte vleugels en zijn ogen samengeknepen,
geïrriteerd door het licht.
Hij heeft zich net genesteld in de nis,
en de stank van dode muizen, wezels en rottende vogels tussen zijn poten
vermengt zich met de geur van mest en vochtige aarde.
"Prachtige plek!" zegt Petrus.
"Jouw Tabor en de zee waren beter, mijn jongen!"
En dan, zich tot Jezus wendend:
"Meester, stel Judas snel tevreden, want dit...
is zeker niet de koninklijke hal van Antipas!"
"Meteen.
Wat wil jij precies weten?" vraagt Hij aan Judas van Keriot.
"Wel... ik zou graag willen weten...
of, en waarom, Saul gezondigd heeft door hierheen te komen...
Ik zou graag willen weten, of het mogelijk is dat een vrouw de doden oproept.
Ik zou graag willen weten, of...
O! Nou, spreek zelf maar!
Ik zal Jou vragen stellen."
"Da's een lang verhaal!
Laten we in ieder geval dáárheen gaan, in de zon, op de rotsen...
Onszelf redden van deze vochtigheid en stank!" smeekt Petrus.
En Jezus stemt toe.
Ze zitten, zo goed en zo kwaad als het gaat, op de ingestorte muren.
"Sauls zonde was slechts één van zijn zonden.
Er gingen er nog vele aan vooraf, en er zijn er nog vele gevolgd.
Allemaal ernstige.
Dubbele ondankbaarheid jegens Samuel,
die hem tot koning zalfde en vervolgens terugtrad
om de bewondering van het volk niet met de koning te delen.
Herhaaldelijk ondankbaar jegens David,
die hem bevrijdde van Goliath, die hem spaarde in de grot van Engedi en bij Ahila.
Schuldig aan meerdere ongehoorzaamheden
en aan schandaal onder het volk.
Schuldig aan het bedroeven van Samuel, zijn weldoener,
door tekort te schieten in het betonen van liefde.
Schuldig aan jaloezie en aanvallen op David, zijn andere weldoener,
en ten slotte aan de misdaad die hier werd begaan."
"Tegenover wie?
Hij heeft hier niemand gedood."
"Zijn ziel heeft hij gedood,
heeft hij finaal gedood,
hierbinnen."'
Reacties
Een reactie posten