Petrus mag, dankzij Maria, Margziam adopteren
199.8
Maria Valtorta:
'"Judas belédigt Petrus, die alle respect verdient."'
"Ja. Petrus is heel goed.
Ik zou alles voor hem doen, want hij verdient het."
"Als hij je hoorde, zou hij met z'n vriendelijke, oprechte glimlach zeggen: 'Ah! Heer, dat is niet waar!'... En hij zou gelijk hebben."
"Waarom, Moeder?"
Maar Jezus glimlacht al, want hij begrijpt het.
"Omdat Je hem niet tegemoet komt door hem een kind te geven. Hij vertelde me over al zijn hoop, al zijn verlangens... en Jouw afwijzingen."
"Heeft hij jou dan niet de redenen verteld die Ik daarvoor gaf?"
"O jawel. Hij vertelde ze me en voegde eraan toe: 'Allemaal waar... maar ik ben een man, een arme man. Jezus blijft een groot man in mij zien, maar ik weet dat ik erg ellendig ben, en daarom... zou Hij me een kind kunnen geven. Ik ben getrouwd om er een te krijgen... ik ga dood zonder er een te hebben.'
En hij zei – wijzend naar het kind dat hem, gelukkig om het mooie gewaad dat Petrus had gekocht, had gekust en had gezegd: 'Lieve Vader' – hij zei: 'Kijk, wanneer dit kleine wezentje, dat ik tien dagen geleden nog niet kende, dit tegen me zegt, dan voel ik me zachter worden dan boter en zoeter dan honing, en ik huil omdat... elke dag die voorbijgaat, dit kind meer van mij wordt afgenomen...'"
Maria zwijgt.
Observeert Jezus, bestudeert Zijn gezicht, wacht op een woord...
Maar Jezus heeft Zijn elleboog op Zijn knie gelegd, Zijn hoofd in Zijn handen.
En zwijgt, starend over de groene vlakte van de boomgaard.
Maria pakt Zijn hand en streelt die, terwijl ze zegt:
"Simon heeft een groot verlangen... Terwijl ik met hem liep, bleef hij er maar met mij over praten, en met zulke goede redenen dat... ik niets kon zeggen om hem het zwijgen op te leggen.
Het waren dezelfde redenen die wij allemaal, wij vrouwen en moeders, bedenken. Het kind is niet sterk. Als hij zoals Jij was geweest... oh! Dan had hij het leven van een discipel zonder angst tegemoet kunnen treden. Maar hij is zo tenger!... Heel intelligent, heel goed... maar niets meer. Als een duifje teer is, kun je het niet snel de lucht in gooien, zoals je met sterke duifjes doet. De herders zijn goed... maar het blijven mannen. Kinderen hebben vrouwen nodig...
Waarom laat je hem niet aan Simon over?
Zolang je hem een kind ontzegt dat uit hemzelf geboren is, begrijp ik de reden. Een eigen kleintje is als een anker. En Simon, voorbestemd voor zo'n groot lot, kan geen ankers hebben om hem tegen te houden. Maar je moet toegeven dat hij de 'vader' moet zijn van alle kinderen die Jij hem zult nalaten. Hoe kan hij een vader zijn, als hij niet door een kind is opgevoed?
Een vader moet zachtaardig zijn. Simon is goed, maar niet zachtaardig. Hij is impulsief en compromisloos. Slechts een klein schepsel kan hem de subtiele kunst van mededogen met de zwakken leren...
Overweeg dit lot van Simon... Hij is wel Jouw opvolger! Oh! Dat ik dit vreselijke woord moet uitspreken! Maar om alle pijn die het me kost om dit te zeggen, luister naar me. Ik zou je nooit iets aanraden dat niet goed is.
Margziam... Jij wil een perfecte leerling van hem maken... Maar hij is nog steeds een kind. Jij... zult heengaan voordat hij een man is. Aan wie zou je hem dan beter kunnen geven om zijn vorming te voltooien dan aan Simon?
Ten slotte, arme Simon, je weet hoe hij gekweld werd, ook wegens Jou, door zijn schoonmoeder; toch heeft hij geen greintje van zijn verleden teruggekregen, van de vrijheid die hij een jaar geleden had, om met rust gelaten te worden door zijn schoonmoeder, die zelfs Jij niet kon veranderen.
En dat arme schepsel, zijn vrouw? Oh! Ze verlangt er zo naar om lief te hebben en om bemind te worden. Haar moeder... oh!... Haar echtgenoot? Een lieve pestkop... Nooit werd haar ook maar één genegenheid gegeven, zonder meteen ook veel eisen... Arme vrouw!... Laat haar het kind.
Luister, zoon. Voorlopig nemen wij hem mee. Ik ga mee naar Judea. Je neemt me mee naar een metgezellin van mij in de tempel, die bijna een familielid is, omdat ze van David afstamt. Ze woont in Bethesda. Ik zal haar graag terugzien, als ze nog leeft. Dan, als we terugkeren naar Galilea, zullen we hem (Margziam) aan Porfirea (vrouw van Petrus) geven.
Als we in de buurt van Bethsaïda zijn, zal Petrus hem met zich meenemen. En als we hier komen, ver weg, zal het kind bij haar zijn. Ah! Maar nu glimlach Je! Wel, maak dan Je Moeder blij! Dank Je, mijn Jezus."
"Ja, laat het gebeuren zoals Jij wilt."'
Reacties
Een reactie posten