op weg naar Hebron, Judas weer lastig
CCX
ZORGEN VAN JUDAS ISKARIOT
OP WEG NAAR HEBRON
210.1
M. Valtorta:
"Je wilt toch zeker geen pelgrimstocht maken naar alle bekende plaatsen in Israël!" zegt Iskariot ironisch, die in discussie is in een groepje waarin Maria van Alfeüs en Salome zijn, evenals Andreas en Thomas.
"Waarom niet? Wie verbiedt dat?" vraagt Maria Kleopas.
"Maar ik, mijn moeder wacht al lang op me..."
"Ga dan naar je moeder. Wij komen later weer bij je," zegt Salome, en het lijkt erop dat ze er in gedachten aan toevoegt: "Niemand zal bedroefd zijn om jouw afwezigheid."
"Helemaal niet! Ik ga met de Meester mee. Zijn Moeder is er al niet meer bij, zoals was afgesproken. En dat had eigenlijk niet mogen gebeuren, want mij was beloofd dat ze mee zou komen."
"Ze is in Bethzur gebleven voor een goed werk. Die vrouw was erg ongelukkig."
"Jezus had haar meteen kunnen genezen zonder haar geleidelijk weer gezond te hoeven maken. Ik weet niet waarom Hij niet langer van opzienbarende wonderen houdt."
"Als Hij het zo deed, moet Hij wel goede redenen daarvoor hebben gehad," zegt Andreas kalm.
"Ja! En zo verliest Hij Zijn volgelingen. Het oponthoud in Jeruzalem! Wat een teleurstelling! Hoe meer er behoefte is aan hoogdravende dingen, hoe meer Hij in de schaduwen wegduikt. Ik had mezelf zo beloofd dat ik dingen zou zien, dat ik zou vechten..."
Reacties
Een reactie posten