bij arme Filistijnse vissers, hemelse Johannes overstelpt met vis
219.5
Maria Valtorta:
'"Johannes begaf zich onder de allergeringsten:
de vissers die vis naar de markt brachten.
En kijk eens naar deze natte zak! Dat is een heerlijke vis!
Ze hebben afgezien van de winst om die aan ons te geven.
Uit angst dat de ochtendvis 's avonds niet vers zou zijn,
keerden ze terug naar zee en wilden dat wij bij hen waren.
Het was alsof we op het Meer van Galilea waren,
en ik verzeker je dat als de plek je er al aan deed denken,
als de boten vol aandachtige gezichten je er al aan deden denken,
dan deed Johannes je er nog meer aan denken!
Hij leek op een tweede Jezus.
De woorden vielen zoet als honing uit zijn lachende mond,
en zijn gezicht straalde als een andere zon. Wat leek hij op Jou, Meester!
Ik was ontroerd.
We brachten drie uur op zee door,
wachtend tot de netten, uitgespreid tussen de boeien, vol vis zouden zitten,
en het waren drie uren van gelukzaligheid.
Daarna wilden ze Jou zien.
Maar Johannes zei: "Ik zie jullie in Kafarnaüm!"
Net alsof hij had gezegd: "Ik zie jullie op jullie dorpsplein!"
En toch beloofden ze: "We komen!"
En namen er akte van.
En we moesten vechten om niet te veel vis te moeten meenemen.
Ze gaven ons de beste. Laten we ze gaan koken. Vanavond een groot feestmaal!
Om het vasten van gisteren goed te maken."
"Maar wat heb je verteld, in vredesnaam?" vraagt Iskariot verbaasd.
"Niets bijzonders. Ik had het over Jezus," antwoordt Johannes.
"Maar zoals je over Hem sprak! Johannes nam ook de Profeten erbij.
Maar hij zette ze ondersteboven!" legt Thomas uit.
"Ondersteboven?" vraagt Iskariot verbaasd.
"Ja!
Jij hebt uit de Profeten de hardheid getrokken, hij de zachtheid/zoetheid.
Want uiteindelijk is hun strengheid juist liefde – exclusief, gewelddadig zo je wilt,
maar altijd liefde voor de zielen, die zij állemaal trouw aan de Heer willen laten zijn.
Ik weet niet of je hier ooit over nagedacht hebt, jij die opgeleid bent onder de schriftgeleerden.
Ik wel, ook al ben ik goudsmid.
Goud wordt ook gehamerd en gepolijst, maar... om het mooier te maken.
Niet uit haat, maar uit liefde.
Zó gaan de Profeten met de zielen om.
Ik begrijp dat, misschien net omdat ik goudsmid ben.
Johannes nam Zacharias [Zach.9:1-8]
in zijn profetie over Chadrak en Damascus.
En gekomen bij vers 5: 'Bij deze aanblik zal Asjkelon met angst geslagen worden, en Gaza zal in grote rouw zijn, en Ekron ook, omdat zijn hoop vervlogen is. Gaza zal geen koning meer hebben"... begon hij uit te leggen hoe dit alles tot stand is gekomen, doordat de mens zich van God heeft afgescheiden.
En sprekend over de komst van de Messias, die de vergeving uit liefde is, beloofde hij dat (in plaats) van een karig koningschap, zoals de kinderen van de aarde voor hun volk wensen, de mensen die de Messias in Zijn leer volgen, het eeuwige en oneindige koningschap in de hemel zullen bereiken.
Dit even zeggen is niets. Maar om het te horen! Het was alsof je muziek hoorde, en door engelen omhoog werd gedragen. En zie, de Profeten, die bij jullie gemaakt hebben dat je slaag kreeg, hebben ons heerlijke vis gegeven."
Judas zwijgt, ontsteld.'
Reacties
Een reactie posten