Jezus stuurt leerlingen naar Filistijnse stad Asjdod (waar ooit god Dagon viel...)

CCXX

AFGODENDIENAARS in MAGDALGAD

en WONDER van een VROUW in BARENSNOOD




220.1

M. Valtorta:

'Asjkelon en zijn moestuinen zijn al een herinnering.

In de koele uren van een prachtige ochtend, met hun rug naar zee, begeven Jezus en Zijn volgelingen zich naar de groene heuvels, laag maar sierlijk, die oprijzen uit de vruchtbare vlakte. Zijn apostelen, uitgerust en tevreden, zijn allen opgewekt en praten over Ananias, zijn slavinnen, over Asjkelon, over de opschudding die in de stad heerste toen ze terugkeerden om het geld naar Dina te brengen.

"Het was voorbestemd dat ik de grip van de Filistijnen zou ervaren. Haat en liefde manifesteren zich op dezelfde manier, zo je wil. En ik, die niet had geleden onder de haat van de Filistijnen, werd bijna verpletterd door hun liefde. Ze hadden ons bijna opgesloten, om ons te dwingen te vertellen waar de Meester was, zij die uitgelaten waren door het wonder. En wat een gejuich! Toch, Johannes?

De stad kookte als een ketel. Degenen die verontrust waren, weigerden naar rede te luisteren, en wilden de Judeeërs opzoeken om hen af te ranselen. De begenadigden, of vrienden van de begenadigden, wilden de eersten ervan overtuigen dat er een god was langsgekomen. Wat een puinhoop! 

Ze zullen nog maandenlang ruziemaken. Het probleem is dat ze meer ruziemaken met stokken dan met hun tong. Nou... ze zijn onder elkaar. Laat ze maar doen wat ze willen," zegt Thomas.


"Maar... ze zijn niet slecht..." merkt Johannes op.

"Nee. Ze zijn gewoon verblind door zovele dingen," antwoordt de Zeloot.



Jezus spreekt een heel eind niet.

Dan zegt Hij: "Kijk, ik ga nu naar dat dorpje op de berg, gaan jullie verder naar Asjdod. Wees voorzichtig. Wees hoffelijk, vriendelijk, geduldig. Zelfs als ze je bespotten, verdraag het in vrede, zoals Matteüs gisteren deed, en God zal je helpen. Ga bij zonsondergang naar buiten, naar de vijver vlakbij Asjdod. Daar zullen we elkaar ontmoeten."



"Maar, Heer, ik laat Jou niet alleen gaan!" roept Iskariot uit.

"Dit zijn gewelddadige mannen!... Het is onvoorzichtig!"

"Wees niet bang voor Mij. Ga, ga, Judas, en wees voorzichtig.

Vaarwel. Vrede zij met jullie."


De twaalf vertrekken, niet al te enthousiast.

Jezus kijkt hen na en neemt vervolgens het koele, schaduwrijke pad de heuvel op.

De heuvel is bedekt met olijf-, walnoot- en vijgenboomgaarden,

en goed onderhouden wijngaarden die al een rijke oogst beloven.

Op de vlakkere hellingen liggen kleine graanvelden,

terwijl op de hellingen blonde geiten grazen

in het groene gras.'


16 juli 1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken