Judas vertelt hoe hij in Keriot streng gepredikt heeft - Jezus zet tot zachtheid aan
214.3
M. Valtorta:
'Dan vertelt Judas wat hij die dag heeft gedaan.
Ik heb begrepen dat hij zijn moeder eerst op de hoogte bracht van hun aankomst later, en dat hij vervolgens op het platteland van Keriot is beginnen preken, vergezeld door Andreas.
Hij vervolgt:
"Morgen wil ik graag dat jullie allemaal komen. Ik wil niet alleen opvallen/schitteren. We gaan, zo ver als we kunnen, telkens een Judeeër en een Galileeër. Ik bijv. met Johannes, en Simon met Thomas. Ging de andere Simon maar mee!
Maar jullie twee (en hij wijst naar de zonen van Alfeüs) mogen toch samen gaan. Ik heb zelfs tegen degenen die niet wilden kennismaken gezegd dat jullie de neven van de Meester zijn.
En jullie twee (en hij wijst naar Filippus en Bartholomeüs) mogen ook samen gaan. Ik zei dat Nathanaël een rabbi is die met de Meester meekwam. Dat maakt indruk. En... dan hebben we nog jullie drieën. JUllie blijven. Maar zodra de Zeloot arriveert, kunnen we er nog een stel bij hebben. En dan wisselen we elkaar af, want ik wil dat iedereen jullie kent..."
Judas is vol levenslust.
"Ik heb het over de Tien Geboden gehad, Meester, en heb geprobeerd vooral die gedeelten te illustreren waarvan ik weet dat dit gebied daarin het meest tekortschiet..."
"Wees niet te hardhandig, Judas. Ik smeek je. Onthoud altijd dat zachtheid effectiever is dan onverzettelijkheid, en dat ook jij een mens bent. Onderzoek jezelf dus, en denk na over hoe makkelijk ook jij valt, en hoe geïrriteerd je raakt door al te openlijke berispingen," zegt Jezus, terwijl Judas' moeder haar hoofd buigt en haar gezicht rood aanloopt.
"Wees niet bang, Meester. Ik streef ernaar om U in alles na te volgen. Maar in het dorp, dat we trouwens vanuit die deur kunnen zien (ze eten met de deuren open, en vanuit die hooggelegen kamer is er een prachtige horizon te zien) is er een zieke man die graag genezen wil worden. En hij kan niet gedragen worden. Zou Je met mij mee kunnen komen?"
"Morgen, Judas. Morgenvroeg, heel beslist. En als er nog andere zieken zijn, vertel het Me dan, of breng ze naar Me toe."
"Wil Jij mijn geboortedorp echt helpen, Meester?"
"Jazeker. Zodat er niet gezegd wordt dat Ik onrechtvaardig ben geweest tegenover mensen die Mij geen kwaad hebben gedaan. Ik help ook goddelozen, waarom dan niet de goede mensen van Keriot? Ik wil een onuitwisbare herinnering aan Mezelf achterlaten..."
"Maar hoezo? Komen we hier niet nog eens terug?"
"We komen nog eens terug, maar..."'
Reacties
Een reactie posten