Thomas verfoeit filistijns marchanderen, maar bekomt toch twee dozijn eieren


218.2

Maria Valtorta:

'Jezus loopt vol zelfvertrouwen naar een kleine buitenwijk

waar tuinders groenten verbouwen voor de stad.

De velden en moestuinen zijn netjes en goed onderhouden, en vrouwen en mannen bewerken ze en gieten water in de voren, dat ze met moeizame handarbeid uit de waterputten halen, of met het oude, krakende systeem van emmers, die worden opgetild door een arme geblinddoekte ezel, die rond de put loopt.

Maar ze zeggen geen woord.

Jezus begroet hen: "Vrede zij met jullie."

Maar de mensen blijven, zo niet vijandig, dan toch onverschillig.



"Heer, hier lopen we het risico van honger om te komen. Ze begrijpen Jouw begroeting niet. Nu zal ik het proberen!" zegt Thomas. En hij benadert de eerste tuinder die hij ziet, en vraagt: "Zijn uw groenten duur?"

"Niet duurder dan die van de andere tuinders. Duur of niet duur, afhankelijk van hoe vol je beurs is."

"Goed gesproken. Maar zoals u ziet, ga ik niet dood van de honger. Ik ben dik en blozend, ook zonder uw groenten. Een teken dat mijn beurs een goede uier is. Kortom: wij zijn met dertien en wij kunnen kopen. Wat verkoopt u ons?"

"Eieren, groenten, vroege amandelen en appels die al gerimpeld zijn, olijven... Wat je maar wilt."

"Geef me eieren, appels en brood, voor iedereen."

"Ik heb geen brood. In de stad kun je dat vinden."

"Ik heb nu honger, niet over een uur pas. Ik geloof niet dat u geen brood hebt."

"Ik heb geen brood. Mijn vrouw is nog aan het bakken. Maar zie jij die oude man daar? Hij heeft altijd genoeg, want dichter bij de weg vragen pelgrims er vaak om. Ga naar Ananias, en vraag erom. Ik zal je nu de eieren brengen. Maar opgelet, ze kosten een cent per paar."

"Dief! Leggen jouw kippen dan gouden eieren?"

"Nee. Maar het is niet prettig om omringd te zijn door de stank van pluimvee, en voor niets krijg je  niets. En trouwens, zijn jullie geen Joden? Betaal dan."

"Hou ze maar. Dan bent u mooi betaald!"

En Thomas draait hem de rug toe.



"Hé! Man! Kom op. Ik geef ze je voor minder. Drie voor één cent."

"Nog geen vier. Drink ze zelf leeg, en mogen ze in uw keel blijven steken."

"Kom op. Luister. Wat wil je me geven?"

De groenteboer rent Thomas achterna.

"Niets. Ik wil ze niet meer. Ik wilde een hapje eten voordat ik naar de stad ga. Maar het is beter zo. Ik zal mijn stem niet verliezen, en mijn zin om de verhalen van de koning te zingen en een goede maaltijd te nuttigen in de herberg."

"Ik geef ze je voor een didrachme per paar."

"Oef zeg! U bent nog erger dan een horzel. Geef me uw eieren. En verse! Anders kom ik terug en maak ik uw gezicht nog geler dan het al is!"

En Thomas keert terug met minstens twee dozijn eieren, in de zoom van zijn mantel.

"Zie je wel? Vanaf nu betaal ik de rekeningen in dit dievenland. Ik weet hoe je ze moet behandelen. Ze komen beladen met geld bij ons inkopen, voor hun vrouwen, en de armbanden zijn nooit groot genoeg, en ze pingelen de hele dag om de prijs. Hier zal ik mijn wraak krijgen.'


14 juli 1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken