naar Sicaminon, aan de voet van de Berg Karmel
249.5
Maria Valtorta:
'De top, of liever gezegd een kam die bijna op de top ligt,
en die uitsteekt alsof hij naar het blauwe gelach van de oneindige zee wil rennen,
is bereikt.
Een dicht bos van steeneiken werpt een helder smaragdgroen licht,
bezaaid met zachte zonnestralen, op deze vage, luchtige bergkam,
die open is naar de nu naderende kust, tegenover de majestueuze Karmelbergketen.
-Haifa, in de verte Berg Carmel (1899)-
Beneden,
aan de voet van de berg met zijn uitsteeksel dat gretig opstijgt,
achter kleine velden halverwege de heuvel,
ligt een smalle vallei met een diepe beek,
die zeker indrukwekkend is door de kracht van het water bij hoogwater,
maar nu gereduceerd is tot een zilverachtig schuim in het midden van de bedding.
De beek stroomt richting de zee
en omzoomt de voet van de Karmelberg.
Een weg loopt langs de beek, hoger gelegen op de rechteroever,
en verbindt een stad die midden in de kustinham ligt met steden verder landinwaarts,
misschien Samaria, als ik me goed oriënteer.
"Die stad is Sicaminon [nu Haifa]," zegt Jezus.
"We zullen er tegen de avond zijn.
Laten we nu even rusten, want de afdaling is zwaar, hoewel koel en kort."
En terwijl ze in een kring zitten
en er een lam aan een rustiek spit geroosterd wordt,
ongetwijfeld een geschenk van de herders,
praten ze met elkaar en met de vrouwen...'
Reacties
Een reactie posten