ontmoeting met Martha in Kafarnaüm
CCXXXI
IN KAFARNAÜM SPREEKT MARTHA MET JEZUS
OVER DE CRISIS DIE HAAR ZUS MARIA MAGDALENA KWELT
231.1
M. Valtorta:
'Heet en stoffig keert Jezus, met Petrus en Johannes, terug naar het huis in Kafarnaüm.
Hij heeft net een voet in de tuin gezet, op weg naar de keuken, wanneer de heer des huizes hem vertrouwelijk toeroept: "Jezus, die vrouw over wie ik Je vertelde, in Bethsaïda, is terug hier; ze is op zoek naar Jou. Ik heb haar gezegd dat ze op Je moet wachten, en haar meegenomen naar boven, naar de bovenkamer."
"Dank je, Thomas, Ik ga meteen! Als de anderen komen, houd ze dan hier."
En Jezus klimt snel de trap op, zonder zelfs maar Zijn mantel af te doen.
Op het terras waar de trap naartoe leidt, staat Marcella, Martha's dienares.
"Oh! Meester! Mijn meesteres is hierbinnen. Ze wacht al zoveel dagen op U!"
zegt de vrouw, knielend om Jezus te vereren.
"Ik dacht al dat zij het was. Ik ga meteen naar haar toe.
God zegene je, Marcella."
Jezus licht het gordijn op,
dat het nog steeds felle licht moet afschermen,
ook al is de zonsondergang al ver gevorderd en kleurt de lucht vurig,
waardoor de witte huizen van Kafarnaüm lijken te worden verlicht
met de rode gloed van een enorme vuurkorf.
In de kamer,
volledig gesluierd en gehuld in een mantel, zit Martha bij een raam.
Misschien staart ze naar een glimp van het meer...
waarin zich de wand van een beboste heuvel stort.
Misschien denkt ze alleen maar na.
Ze is in ieder geval diep verzonken,
zozeer zelfs dat ze de lichte voetstappen van Jezus niet hoort die haar naderen.
En ze schrikt op als Hij haar roept.
"Oh! Meester!" roept ze.
En ze zakt op haar knieën met uitgestrekte armen, alsof ze om hulp roept,
en dan buigt ze zich voorover tot haar voorhoofd de vloer raakt
en huilt.'
Reacties
Een reactie posten