waarom trekt Jezus op met 'melaatsen van geest'
CCXLV
BESCHULDIGING VAN DE NAZARENERS WEERLEGD
DOOR DE GELIJKENIS VAN DE GENEZEN MELAATSE
245.5
Maria Valtorta
'"Luister! Ik weet wat jullie bedoelen.
Maar Ik antwoord je: 'Jullie vergissen je!'
Zoals Ik Mijn armen open voor de stervenden, om hen tot leven te wekken,
en de doden roep, om hen tot leven te brengen,
zo open Ik ook Mijn armen voor de wérkelijk stervenden,
en roep Ik ook de wérkelijk doden, de zondaars,
om hen tot het eeuwige leven te brengen
en hen op te wekken, als ze al verrot zijn,
zodat ze nooitt meer sterven.
Maar Ik zal jullie een gelijkenis vertellen!
Een man wordt melaats door vele zonden.
De menselijke samenleving isoleert hem van zijn medemensen,
en de man, in afschuwelijke eenzaamheid, mediteert over zijn toestand
en over de zonde die hem tot die toestand heeft gebracht.
Zo verstrijken vele jaren,
en wanneer hij het het minst verwacht,
wordt de melaatse genezen.
De Heer heeft hem Genade bewezen,
vanwege zijn vele gebeden en tranen.
Wat doet de man dan?
Kan hij naar huis terugkeren,
omdat God hem barmhartigheid heeft bewezen?
Nee.
Hij moet zich bij de priester melden,
die hem, na hem enige tijd zorgvuldig te hebben geobserveerd,
reinigt na een eerste offer van twee mussen.
En na niet één, maar twee wasbeurten van zijn kleren,
keert de genezen man terug naar de priester,
met de onbevlekte lammeren en het ooilam,
en met meel en olie, zoals voorgeschreven.
De priester leidt hem vervolgens
naar de ingang van het tabernakel.
Dan
wordt de man weer opgenomen in de gemeenschap,
onder het volk van Israël.
Maar zeg me eens:
als hij voor het eerst naar de priester gaat,
waarom doet hij dat?"
"Om voor de eerste keer gereinigd te worden,
zodat hij de grotere reiniging kan ondergaan,
die hem weer tot het heilige volk toelaat!"
"Dat hebben jullie goed gezegd.
Maar dan is hij dus nog niet volledig gereinigd?..."
"O nee! Hij mist nog veel om dat te zijn,
zowel naar de materie (zijn lichaam),
als naar de geest."
"Hoe durft hij dan
de priester te benaderen, de eerste keer,
terwijl hij nog volkomen onrein is,
en een tweede keer zelfs het tabernakel?"
"Omdat de priester het noodzakelijke middel is,
om weer tot de levenden te worden toegelaten."
"En het tabernakel?"
"Omdat alleen God zonden kan vergeven,
en omdat het ons geloof is te geloven dat God achter het heilige voorhangsel rust,
in zijn heerlijkheid, en van daaruit vergeving schenkt."
"Maar dan is de genezen melaatse dus nog niet vrij van zonde,
wanneer hij de priester en het tabernakel nadert?"
"Nee. Natuurlijk niet!"
"Mensen met verdraaide gedachten en een duister hart,
waarom beschuldigen jullie Mij dan als Ik - Priester en Tabernakel -
toesta dat Ik door melaatsen van geest benaderd word?
Waarom hanteren jullie twee maatstaven om te oordelen?
Ja, de vrouw die verloren was, net zoals Levi de tollenaar,
die nu hier aanwezig zijn, met haar nieuwe ziel en zijn nieuwe ambt,
en met hen anderen, die hen al zijn voorafgegaan...
ja, die staan nu aan Mijn zijde.
En dat kan zijn, omdat zij weer in het volk van de Heer zijn opgenomen.
Ze werden tot Mij gebracht door de wil van God,
die Mij de macht heeft gegeven
om te oordelen en te vergeven,
te genezen en op te wekken.
En dat zou heiligschennis zijn,
als hun afgoderij in hen zou voortduren,
zoals die in de dochter van Farao [vrouw van Salomon] voortduurde,
Maar het is geen heiligschennis!
Omdat ze de leer hebben omarmd die Ik op aarde heb gebracht,
en daardoor zijn opgestaan tot de Genade van de Heer."'
Reacties
Een reactie posten