Jezus gaat bloedwrekers tegemoet - deur van moeder van 'dader' al ingetrapt
248.6
M. Valtorta:
'"Laten we gaan, vrienden!
Vrouwen, blijf bij de herders. Ik ben zo terug!"
"Nee, Zoon. Ik ga met Je mee!"
Jezus loopt al snel richting de stad.
De herders aarzelen nog, maar laten de kudde dan achter bij de jongere herders,
die bij de vrouwen blijven, behalve dan Jezus' Moeder en Maria van Alfeüs,
die Jezus volgen en zich bij de groep apostelen voegen.
Bij de derde kruising op de hoofdweg van Bethlehem,
ontmoeten ze Simon, Iskariot, Petrus en Jakobus,
die hen tegemoet lopen, gebarend en roepend.
"Wat een verschrikking, Meester! Wat een verschrikking!
En zo triest!" zegt Petrus geschokt.
"Een zoon die met geweld van zijn moeder wordt weggerukt!
Om gedood te worden, en zij verdedigt hem als een hyena!"
Maar het is een vrouw tegenover gewapende mannen!"
voegt Simon de Zeloot eraan toe.
"Hij bloedt al uit meerdere wonden!" zegt Iscariot.
"Ze hebben haar deur ingetrapt, want ze had zich in huis verschanst,"
besluit Jakobus van Zebedeüs.
"Ik ga naar haar toe!"
"O zeker! Alleen Jij kunt haar troosten!"'
Reacties
Een reactie posten