lichtzinnig leven in Tiberias
242.2
Maria Valtorta:
'Jezus begeeft zich naar het centrum van de stad,
precies naar waar het meest elegante volk zich het dichtst verzamelt.
Het elegante volkje, i.e. voornamelijk Romeinen en Grieken, met een paar hovelingen van Herodes en anderen die ik beschouw als rijke kooplieden van de Fenicische kust, richting Sidon en Tyrus, omdat ze over die steden en over hun handelsposten en schepen daar praten.
De thermen hebben buitenportieken, vol met deze elegante en luie menigte,
die hun tijd verspillen met het bespreken van zeer triviale zaken,
zoals de favoriete discuswerper, of snelste en mooiste atleet
in het Grieks-Romeins worstelen.
Of ze kletsen over mode en banketten,
en maken afspraken voor vrolijke uitstapjes
waarbij ze de mooiste courtisanes uitnodigen,
of de dames die geparfumeerd en gekruld uit de baden of paleizen komen,
en nu naar dit centrum van Tiberias gaan, helemaal marmer en artistiek, als was het een salon.
Uiteraard wekt de doortocht van de groep intense nieuwsgierigheid,
en die wordt zelfs ziekelijk wanneer er zijn die Jezus herkennen van die keer in Caesarea,
en sommigen Magdalena herkennen, hoewel ze volledig gehuld loopt,
en met haar witte sluier laag over haar voorhoofd en wangen,
zodat er, zo gesluierd en met gebogen hoofd,
maar weinig van haar gezicht te zien is.
"Het is die Nazarener die Valeria's dochtertje heeft genezen!" zegt een Romein.
"Ik wil ook wel een wonder zien!" antwoordt een andere Romein.
"Ik zou hem willen horen spreken! Ze zeggen dat hij een groot filosoof is! Zullen we hem vragen om te spreken?" vraagt een Griek.
"Doe geen moeite, Theodates. Hij preekt over wolken. De tragediedichter zou dat als satire wel hebben gewaardeerd!" antwoordt een andere Griek.
"Geen zorgen, Aristobulos. Hij lijkt nu uit de wolken af te dalen en naar de vaste grond te komen. Kijk, hij heeft een hele escorte jonge, mooie vrouwen!" grapt een Romein.'
Reacties
Een reactie posten