weggelopen Griekse slavin in het struikgewas
254.4
Maria Valtorta:
'"Wat beweegt daar, tussen die struiken?" zegt Jezus.
Hij heft Zijn hoofd op en kijkt voor Zich uit, naar een wirwar van bramen
en andere langvertakte planten, die een muur van cactusvijgen aanvallen, die verderop staan,
met stekels zo hard als de aanvallende takken buigzaam zijn.
"Nog een krokodil, Heer?!" kreunt Martha, doodsbang.
Maar het geritsel neemt toe en een menselijk gezicht verschijnt,
dat van een vrouw. Ze kijkt. Ze ziet al die mensen, en weet niet zeker
of ze naar het vrije veld moet vluchten of de wilde tunnel in moet sluipen.
Maar het eerste wint, en ze vlucht met een gil.
"Een melaatse?"
"Een waanzinnige?"
"Eentje bezeten door een demon?"
vragen ze, verbijsterd.
Maar de vrouw keert terug,
want een Romeinse strijdwagen nadert, vanuit Caesarea.
De vrouw is als een muis in een val.
Zij... weet niet waar ze heen moet,
omdat nu Jezus en Zijn volgelingen bij de struik zijn die haar toevlucht was geweest,
en ze kan daar niet dus meer terug, en wil niet naar de wagen toe gaan...
In de vroege avondmist,
want de nacht valt snel na de krachtige zonsondergang,
is te zien dat ze jong en mooi is, ondanks haar gescheurde kleren
en haar warrige haar.
"Vrouw! Kom hier!" beveelt Jezus gebiedend.
De vrouw strekt haar armen uit en smeekt: "Doe me geen pijn!"
"Kom hier. Wie ben jij? Ik zal je geen kwaad doen,"
en Hij zegt het zo zachtjes dat het haar overtuigt.
De vrouw komt naar voren, voorovergebogen,
en werpt zich op de grond en zegt:
"Wie U ook bent, heb medelijden!
Dood me, maar lever me niet uit aan de meester.
Ik ben een ontsnapte slavin..."
"Wie was jouw meester? En waar komt je vandaan?
Je bent zeker niet Joods. Dat zegt je spraak. En je kleding ook..."
"Ik ben Griekse. De Griekse slavin van...
O, heb genade! Verberg me! De wagen komt eraan!..."
Ze verzamelen zich allemaal rond de ongelukkige vrouw, die op de grond ligt opgerold.
Haar jurk, gescheurd door de doornen, laat haar schouders zien, gegroefd door slagen en bedekt met krassen. De wagen rijdt voorbij, zonder dat een van de inzittenden interesse toont in de groep die bij de heg is gestopt.
"Ze zijn al verder gegaan, spreek! Als we kunnen, zullen we je helpen," zegt Jezus, terwijl Hij Zijn vingertoppen op haar warrige haar legt.'
Reacties
Een reactie posten