Filistijn Ermasteüs moet van Gamaliël besneden worden


-volwassen besnijdenis-

282.2

M. Valtorta:

'Ze lopen een tijdje zwijgend verder.


Dan komt Stefanus naar de Meester toe en zegt:

"Ik moet Jou iets vertellen. Ik hoopte dat Jij het mij zou vragen, maar dat deed Je niet.

Gisteren sprak Gamaliël tot mij..."


"Ik heb het gezien."

"Ga Je me niet vragen wat hij me vertelde?"

"Ik wacht tot jij het Me vertelt, want een goede discipel houdt geen geheimen voor zijn Meester."

"Gamaliël... Meester, loop een paar meter met me mee..."

"Laten we dat doen, maar je had het ook voor iedereen kunnen zeggen..."


Ze lopen een paar meter verder.

Stefanus, met een blozend gezicht, zegt:

"Ik heb een advies voor Jou, Meester. Vergeef me..."

"Als het goed is, neem Ik het aan. Spreek dan!"


"Meester, in het Sanhedrin komt alles vroeg of laat aan het licht. Het is een instituut met duizend ogen en honderd takken. Het dringt overal door, het ziet alles, het hoort alles. Het heeft meer... informanten dan stenen in de muren van de Tempel. Velen leven zo..."

"...door te spioneren... Ga door, het is waar, en Ik weet het. Wel dan? Wat is er, meer of minder waar, tegen het Sanhedrin gezegd?"

"Alles is hen verteld. Ik weet niet hoe zij bepaalde dingen konden weten. Ik weet niet eens of ze waar zijn... Maar ik zal Jou letterlijk vertellen wat Gamaliël mij gezegd heeft: 'Zeg tegen de Meester dat Hij Ermasteüs moet laten besnijden of hem voorgoed moet verbannen. Meer hoeft er niet gezegd te worden.'"


"Inderdaad, meer hoeft er niet gezegd te worden.

Ten eerste, omdat Ik net daarom naar Bethanië ga,

en daar zal blijven tot Ermasteüs weer zal kunnen reizen.

Ten tweede, omdat geen enkele rechtvaardiging Gamaliëls vooroordelen en... zijn arrogantie,

verontwaardigd als hij is dat Ik een onbesneden man in Mijn midden heb, kan ondermijnen.

O! Als hij maar eens om zich heen en in zichzelf zou kijken!

Hoeveel onbesneden mannen zijn er wel niet in Israël!"


"Maar Gamaliël..."

"Hij is de perfecte vertegenwoordiger van het oude Israël.

Hij is niet slecht, maar... kijk eens naar dit kiezelsteentje.

Ik zou het kunnen breken, maar buigzaam kan Ik het niet maken. Hem evenmin.

Hij zal verpletterd moeten worden, om dan weer in elkaar gezet te kunnen worden.

En dat zal Ik doen."


"Wil Jij met Gamaliël vechten? Pas op! Hij is machtig!"


"Vechten? Alsof hij een vijand zou zijn? Nee.

In plaats van met hem te vechten... zal ik hem liefhebben,

en hem tegemoet komen in dit ene verlangen voor zijn gemummificeerde brein,

er een ​​balsem over gietend, die het zal oplossen, en opnieuw samenstellen."


"Ik zal daar ook voor bidden, want ik hou van hem.

Doe ik daar verkeerd aan?"


"Nee. Je moet van hem houden door voor hem te bidden.

En dat zul je doen, natuurlijk zul je dat doen.

Sterker nog, jij zult Me ​​helpen de balsem te bereiden!

Maar je zult Gamaliël nu vertellen, zodat hij kalm word,

dat Ik al voor Ermasteüs gezorgd heb

en dat Ik dankbaar ben voor zijn advies."'


21 sept.1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken