Syntyche vertelt hoe denken haar rechthield, als slavin

CCLXXXIII

SYNTYCHE SPREEKT IN HET HUIS VAN LAZARUS

-Elysiumscène (fresco in hypocaustum te Venta Silurum)-

283.1

Maria Valtorta:

'Jezus zit op de binnenplaats met zuilengalerij in het huis in Bethanië,

de binnenplaats die ik vol discipelen zag op de ochtend van Jezus' opstanding.

Zittend op een marmeren zetel bedekt met kussens, met zijn rug tegen de muur van het huis

- omringd door de eigenaren van het huis en de apostelen en discipelen Johannes en Timon,

plus Jozef en Nicodemus, en de vrome vrouwen - luistert Hij naar Syntyche

die voor Hem staat en enkele van Zijn vragen lijkt te beantwoorden.


Iedereen, min of meer geïnteresseerd, luistert in verschillende houdingen:

sommigen zitten op stoelen, sommigen op de grond, sommigen staan,

sommigen leunen tegen de zuilen of de muur.


-Scène met Hermes in Elysium (idem)-

"...het was noodzakelijk.

Om de volle last van mijn situatie niet te hoeven voelen.

Het was niet overtuigd zijn, het niet willen zijn

dat ik alleen was, een slavin, verbannen uit mijn vaderland.


Om te denken dat mijn moeder en broers,

dat mijn vader en de tedere en lieve zus Ismene niet voor altijd verloren waren.

Maar dat, zelfs als de hele wereld ons zou proberen te scheiden,

zoals Rome ons had verdeeld en verkocht, ons, vrije mensen, als lastdieren...

wij op een plek herenigd zouden worden, voorbij het leven.


Te denken dat ons leven niet alleen materie is,

materie die men kan ketenen.

Maar dat daarin een vrije kracht schuilt,

die geen keten kan vasthouden.

Behalve de vrijwillig gekozen keten

van leven in morele wanorde

en materiële vraatzucht.


Jullie noemen dit 'zonde'.

Hij en zij die mijn lichtpuntjes waren

in de duisternis van mijn slavennacht

definiëren het anders.

Maar ook zij erkennen dat een ziel,

genageld aan het lichaam door kwade en lichamelijke hartstochten,

niet de plek bereikt die jullie het Koninkrijk van God noemen,

en wat wij het samenleven in de Hades met de goden noemen.


Daarom moet je je onthouden van het vervallen in materialisme,

en ernaar streven om bevrijding van het lichaam te bereiken,

waardoor we onszelf een erfenis van deugd schenken,

om een ​​gelukkige onsterfelijkheid te verkrijgen

en hereniging met onze geliefden.


Het was noodzakelijk te denken

dat de ziel van de doden niet wordt belemmerd de ziel van de levenden bij te staan,

en derhalve de ziel van mijn moeder dichtbij te voelen, haar blik en stem te herontdekken,

sprekend tot de ziel van haar dochter, en te kunnen zeggen:

"Já, moeder. Naar je toe te komen, já.

Jouw blik niet verstoren, já.

Geen tranen in jouw stem te leggen, já.

De Hades, waar jij rust, niet verduisteren, já.

Voor dat alles zal ik mijn ziel vrij houden!

Het enige bezit dat ik heb, en dat niemand mij kan afnemen.

En die ik zuiver wil houden, zodat ik deugdelijk kan redeneren."


Zo te denken

betekende vrijheid en vreugde.

En daarom wilde ik denken.

En handelen.

Want denken en handelen in strijd met dat denken,

is niets anders dan een halve en valse filosofie.


Zo te denken

was een vaderland herbouwen, zelfs in ballingschap.

Een intiem vaderland in het eigen zelf,

met zijn altaren, zijn geloof, zijn scholing, zijn genegenheden...

En een groot, mysterieus vaderland,

maar toch ook weer niet,

door dat mysterieuze 'iets' van de ziel,

dat weet dat het niet onwetend is van het hiernamaals,

ook al kent het dat nu alleen zoals een zeeman,

vanuit het midden van de wijde zee, op een mistige ochtend,

de bijzonderheden van de kust kent:

op een wazige, schetsmatige manier,

met slechts enkele puntjes

die duidelijk naar voren komen en toch genoeg zijn,

oh! genoeg, voor de vermoeide zeeman,

geteisterd door de stormen, om te zeggen:

'Kijk, dáár is de haven, daar is vrede.'

Het vaderland van de zielen,

de plaats van herkomst...

de plaats van het Leven.


Want het leven wordt geboren

uit de dood..."'


22 sept.1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken