Jezus weet dat verklikker Judas is - maar noemt hem niet
282.6
Maria Valtorta:
'"Maar waar is die verraaier dan?
Zeg het me, dan kan ik meteen gaan en zijn tong uitrukken!"
roept Petrus uit.
"Je kunt hem beter zijn giftanden uitrukken!" zegt Judas van Alfeüs.
"Maar nee! Je kunt hem beter wurgen! Dan kan hij geen kwaad meer doen.
Het zijn wezens die áltijd kwaad kunnen doen..."
zegt Iskariot scherp.
Jezus kijkt hem strak aan en maakt de zin af:
"...en liegen!... Maar niemand moet hem iets aandoen.
Het loont niet om, door voor de slang te zorgen, de vogel te laten omkomen
Wat Ermasteüs betreft, Ik blijf hier, in het huis van Lazarus, voor zijn besnijdenis.
Van diezelfde Ermasteüs, die uit liefde voor Mij
en om vervolging door de bekrompen Joden te voorkomen,
de heilige religie van ons volk omarmt.
Het is niets anders dan een overgang
van duisternis naar licht.
En het is niet nodig,
opdat er licht in een hart komt.
Maar Ik schenk het
om de gevoeligheden van Israël te kalmeren
en om de ware wil van de Filistijn om God te bereiken te tonen.
Maar Ik zeg jullie,
in de tijd van de Christus is dit niet nodig, om bij God te horen.
Wil en liefde zijn genoeg, een zuiver geweten is voldoende.
En waar zullen we de Griekse dan besnijden? Op welk punt in haar geest,
als zij God beter kon aanvoelen dan velen in Israël?
Voorwaar, onder de aanwezigen hier zijn velen duisterder
dan hen die jullie als duister verachten.
In elk geval kunnen de verklikker
en jullie, leden van het Sanhedrin,
de bevoegde autoriteiten laten weten
dat het schandaal vanaf vandaag opgeheven is."
"Voor wie geldt dat? Voor alle drie?"
"Nee, Judas, zoon van Simon. Voor Ermasteüs.
Voor de anderen zal Ik zorgen.
Heb jij nog iets te vragen?"
"Ik niet, Meester."
"En ik heb jou ook niets meer te vertellen."'
Reacties
Een reactie posten