Jezus wijst koopman op voortbestaan van de ziel
287.5
Maria Valtorta:
'Jezus vraagt kalm: "En dan?"
De koopman beeft, kijkt Hem verward aan en zegt dan:
"En dan?... Dat volstaat. De dood komt daarna... Da's triest. Maar zo is het nu eenmaal."
"En zult u alle activiteit opgeven? Alle bezit? Alle genegenheden?"
"Maar Heer! Ik zou willen van niet. Maar zoals ik ben geboren, zo moet ik ook sterven. En ik zal alles achter moeten laten," en hij slaakt een diepe zucht die de karavaan bijna voorstuwt met zijn wind...
"Maar wie zegt dat u alles achterlaat als u sterft?"
"Wie? Maar de feiten! Als je eenmaal dood bent... blijft er niets over.
Geen handen meer, geen ogen meer, geen oren meer..."
"Je bent niet alleen handen, ogen en oren."
"Ik ben een mens. Dat weet ik. Ik heb andere dingen.
Maar die zullen allemaal eindigen met de dood.
Het is net als de zonsondergang.
De ondergang doet alles verdwijnen..."
"Maar de dageraad schept alles opnieuw!
Of liever gezegd, brengt het opnieuw tot leven.
U bent een mens, zei u. U bent geen dier, zoals dat waarop u nu rijdt.
Die, zo dood als hij zal zijn, is dan werkelijk ten einde.
U niet. U hebt een ziel. Weet u dat niet?
Weet u dat zelfs niet meer?"
De koopman hoort het droevige verwijt, droevig en zoet tegelijk,
en buigt zijn hoofd, mompelend: "Dat weet ik nog steeds..."
"Wel dan? Weet u dan niet dat de ziel voortleeft?"
"Dat weet ik."
"En dus... Weet u dan niet dat ze ook in het hiernamaals actief blijft?
Heilig, als de ziel heilig is. Kwalijk, als ze slecht is.
De ziel heeft nog steeds gevoelens. O! Wat heeft ze die!
Gevoelens van liefde, als ze heilig is.
Vol haat, als ze verdoemd is.
Haat jegens wie?
Voor de oorzaken van haar verdoemenis.
In uw geval: uw (dagelijkse) bezigheden, uw zaken.
Uw louter menselijke genegenheden.
Liefde jegens wie?
Voor dezelfde dingen.
En wat een zegeningen kan een ziel, in de vrede van de Heer, brengen
over haar kinderen en de activiteiten van haar kinderen!
De man is peinzend.
Dan zegt hij: "Het is laat. Ik ben oud nu."
En hij houdt de muilezel tegen.
Jezus glimlacht en antwoordt:
"Ik dwing u niet. Ik geef u raad"...
En dan draait Hij zich om naar de apostelen die,
op het podium voor ze de stad binnengaan,
de vrouwen helpen afstijgen
en hun tassen pakken.'
Reacties
Een reactie posten