voor hemel: wat doe je met de joú gegeven talenten? (veel of weinig...)
281.9
Maria Valtorta:
'Jezus hervat rustig Zijn betoog met de gelijkenis:
"Een man, die op het punt stond een lange reis te maken en van huis weg te zijn,
riep al zijn dienaren bij zich en vertrouwde hun al zijn bezittingen toe.
Aan de een gaf hij vijf talenten zilver [€300.000], aan de ander twee talenten zilver [€120.000],
aan de derde één talent goud [€1.000.000]; aan ieder naar zijn rang en bekwaamheid.
En toen vertrok hij.
De dienaar die vijf talenten zilver had gekregen,
ging verstandig handel drijven en verdiende zijn talenten terug,
en na enige tijd brachten ze hem er nog vijf bij.
De dienaar die twee talenten zilver had gekregen, deed hetzelfde
en verdubbelde het bedrag dat hij had ontvangen.
Maar de dienaar aan wie de heer het meeste had gegeven – een talent puur goud –
uit angst zelf niks te kunnen, angst voor dieven en nog duizend andere hersenschimmen,
maar vooral uit luiheid, groef een groot gat in de grond en verborg het geld van zijn heer.
Vele, vele maanden gingen voorbij,
en de heer keerde terug.
Hij riep onmiddellijk zijn dienaren
opdat ze hem het in bewaring gegeven geld zouden teruggeven.
Eerst kwam de man die de vijf talenten zilver had gekregen en zei:
"Kijk, heer, u gaf er mij vijf. Omdat het mij ongepast leek om zonder vrucht te laten wat u mij had gegeven, heb ik hard gewerkt en vijf talenten voor u verdiend. Meer kon ik niet doen..."
"Goed gedaan, heel goed gedaan, goede en trouwe dienaar! Jij bent trouw geweest met het weinige, bereidwillig en eerlijk. Ik zal je over veel aanstellen. Ga binnen in de vreugde van je heer!"
Toen kwam de andere, die van de twee talenten, en hij zei: "Ik heb de vrijheid genomen om uw bezittingen ten uwen bate te gebruiken. Hier zijn de rekeningen die laten zien hoe ik uw geld heb besteed. Ziet u? Het waren twee talenten zilver. Nu zijn het er vier. Bent u tevreden, heer?"
En de heer gaf de goede dienaar hetzelfde antwoord als aan de eerste.
Tot slot kwam de man die - het grootste vertrouwen van de heer genietend - het talent goud van hem had ontvangen. Hij haalde het uit zijn kluis en zei:
"U hebt mij de grootste waarde toevertrouwd, omdat u weet dat ik verstandig en trouw ben, net zoals ik weet dat u compromisloos en veeleisend bent, en geen verlies van uw geld duldt, maar als u ongeluk overkomt, uw schade verhaalt op wie de dichtste naaste is. Want u oogst waar u niet hebt gezaaid, en verzamelt waar u niet hebt gestrooid, en u vergeeft uw bankier of uw rentmeester nooit een cent, wat er ook gebeurt. Het geld moet zoveel zijn als u zegt.
Welnu, uit angst deze schat te verminderen, heb ik ze meegenomen en verborgen. Ik vertrouwde niemand, zelfs mezelf niet. Nu heb ik haar opgegraven en geef ze u terug. Hier is uw talent."
"O slechte en luie dienaar!... In werkelijkheid heb jij mij totaal niet liefgehad. Want je mij niet gekend, en geen belangstelling gehad voor mijn welzijn, want je hebt het verwaarloosd. Je hebt het vertrouwen dat ik in je stelde, verraden, en je spreekt jezelf tegen, beschuldigt jezelf en veroordeelt jezelf.
Je wist dat ik oogst waar ik niet gezaaid heb en verzamel waar ik niet gestrooid heb. Waarom heb je mij dan niet laten oogsten en verzamelen? Is dit hoe je mijn vertrouwen beantwoordt? Is het zo dat jij mij meent te kennen? Waarom heb je het geld niet naar de bank gebracht, zodat ik het bij mijn terugkomst met rente terug kon krijgen? Ik heb je hierover zorgvuldig geïnformeerd, en jij, luie dwaas, hebt er geen rekening mee gehouden.
Daarom zal het talent en al je andere bezittingen van je worden afgenomen,
en gegeven aan degene die de tien talenten heeft."
"Maar die heeft er al tien, terwijl deze alles kwijt is..." wierpen zij tegen.
"En dat is goed. Aan ieder die heeft en werkt met wat hij heeft, zal nog meer gegeven worden, ja, in overvloed. Maar van hem die niets heeft omdat hij niets wilde hebben, zal zelfs dat wat hem gegeven was, worden afgenomen. Wat die nutteloze dienaar betreft, die mijn vertrouwen heeft geschonden en de hem gegeven gaven heeft verwaarloosd, verdrijf hem van mijn erf, en laat hem wenen en treuren in zijn hart."
Dit is de gelijkenis.
Zoals u ziet, o Rabbi, had degene die meer had minder,
omdat hij het niet verdiende Gods gave te behouden.
En het is niet gezegd dat iemand van hen
die u 'slechts in naam discipelen' noemt, en die weinig te verhandelen hebben,
of zelfs iemand van hen die, zoals u het zegt, 'slechts toevallig naar Mij luisteren',
en die alleen hun ziel als kapitaal hebben,
er niet in zal slagen om dat ene talent goud te ontvangen,
- en de vruchten ervan bovendien -
dat van een van de meest bevoorrechten
zal worden afgepakt.
De verrassingen van de Heer zijn oneindig,
omdat de reacties van de mens oneindig zijn.
U zult zien dat heidenen het eeuwige leven bereiken,
en dat Samaritanen de hemel bezitten,
en dat zuivere Israëlieten en volgelingen van Mij
de hemel en het eeuwige leven zullen verliezen.'
Reacties
Een reactie posten