oude Marianne roept, dolgelukkig, heel Arbela bij elkaar
295.2
Maria Valtorta:
'En ze draaft vlot,
helemaal gebogen en met een lach op haar gerimpelde gezicht,
in haar kleine ogen die sprankelen van vreugde.
Ze draaft...
met een slip van Jezus' mantel tussen haar vingers, alsof ze vreest dat Hij zou wegglippen,
en ze verdedigt haar kruik tegen het aandringen van de apostelen,
die willen dat ze die last niet draagt.
Ze draaft gelukkig...
kijkend naar de straat en naar de huizen van Arbela,
de eerste verlaten, en de andere gesloten, in de vallende avond,
met de blik van een overwinnaar, blij met de overwinning.
Eindelijk,
nadat ze uit deze zijstraat een meer centrale straat is ingelopen,
waar mensen zich naar huis haasten, en mensen haar vol verbazing aanstaren,
naar haar wijzen en haar vragen stellen... roept ze...
nadat ze heeft gewacht tot een kring van mensen om haar heen staat:
"Ik heb Filippus' Messias bij me! Ren en vertel het aan iedereen!
Allereerst in het huis van Jakob. Dat ze klaarstaan...
om de Heilige te eren!"
Ze schreeuwt buiten adem.
En ze weet gehoorzaamheid af te dwingen.
Het is haar uur van bevel, arm oud vrouwtje uit het volk, alleen, onbekend.
En ze ziet een hele stad in beweging komen door haar bevel.
Jezus, veel groter dan zij, glimlacht naar haar,
wanneer ze hem zo nu en dan aankijkt,
en legt Zijn hand op haar oude hoofd,
in een streling als van een zoon,
waardoor ze van geluk
in zwijm valt.'
Reacties
Een reactie posten