Petrus vertelt Tyriër over Jezus
319.4
Maria Valtorta:
'Ze zijn terug bij de boot.
"Hier, man. Nu halen we onze spullen eruit,
en dan gaan we mee, omdat jij zo goed bent."
"We helpen elkaar..." zegt de Tyriër.
"O ja! We helpen elkaar, we zouden elkaar moéten helpen.
We zouden elkaar moéten liefhebben, want dat is Gods wet..."
"Ze zeggen dat er een nieuwe profeet in Israël is opgestaan
die dat predikt... Is dat waar?"
"En of het waar is! Dat, en nog veel meer!
En wat een wonderen verricht Hij!
Kom op, Andreas, hijs, hijs, meer naar rechts.
Kom op, nu de golf de boot optilt...
Hopla! Klaar!...
Ik zei het je toch, man: en wat voor wonderen!
Doden die worden opgewekt, zieken die worden genezen,
blinden die zien, dieven die zich bekeren, en zelfs...
Zie je? Als Hij hier was, dan zou Hij tegen de zee zeggen: 'Sta stil!'
en de zee zou kalmeren...
Kun je het, Johannes?
Wacht, ik kom eraan.
Houd je goed vast...
Kom op, kom op... Nog even...
Jij, Simon, pak de handgreep...
Pas op je hand, Judas!
Kom op, kom op... Dank je wel, man...
Pas op dat je niet in het water valt, jij daar Alfeüs...
Kom op... Daar zijn we! Lof zij God!
Het was makkelijker om ze neer te laten, dan om ze op te trekken...
Mijn armen doen nog pijn van de oefening, gisteren..."
"Maar, ik had het over het meer..."
herneemt Petrus.
"Maar is het dan wáár?"
"Wáár?... Ik heb het zelf gezien!"
"Echt? O!... Maar waar?"
"Op het meer van Gennesaret!
Kom in de boot, en terwijl we naar het pakhuis gaan,
zal ik het jou vertellen..."
En hij vertrekt met de man en Jakobus,
roeiend in het kanaal dat naar de haven leidt.'
Reacties
Een reactie posten