Petrus wil Jezus opfrissen in Achzib (maar 't is Zijn hart dat gehavend is...)
325.8
M. Valtorta:
'"Luister nu.
Jullie missie is volbracht.
Nu keren we terug naar Jiftaël,
waar we wachten op Filippus en Nathanaël.
En we moeten dat snel doen. Dan komen de anderen...
Wachtend op hen, zullen we hier evangeliseren,
aan de grenzen van Fenicië, en in Fenicië zelf.
Maar wat er gebeurd is, is voor altijd in ons hart begraven.
Er zullen geen vragen over beantwoord worden."
"Zelfs aan Filippus en Nathanaël niet?
Zij weten dat we met Jou zijn meegekomen..."
"Ik zal spreken.
Ik heb veel geleden, vrienden, en jullie hebben het gezien.
Ik heb met Mijn lijden betaald voor de vrede van Johannes en Syntyche.
Laat Mijn lijden niet tevergeefs zijn.
Belast Mijn schouders niet met een zware last.
Ik heb er al zoveel!...
En hun gewicht groeit met de dag, met het uur...
Zeg tegen Nathanaël dat Ik veel geleden heb.
Zeg het tegen Filippus, en moge het goed met hen gaan.
Vertel het de andere twee. Maar zeg niets meer.
Zeggen dat jullie begrepen dat Ik geleden heb,
en dat Ik het jullie heb bevestigd, is de waarheid.
Meer is niet nodig."
Jezus spreekt vermoeid...
De acht kijken Hem bedroefd aan,
en Petrus durft Hem over Zijn hoofd te strelen,
terwijl hij achter Hem staat.
Jezus heft Zijn hoofd op,
en kijkt Zijn eerlijke Simon aan
met een glimlach vol liefdevolle droefheid.
"O! Ik kan Jou zo niet zien!
Het lijkt me, ik heb het gevoel...
dat de vreugde van onze verbondenheid is verdwenen
en dat alleen heiligheid overblijft!
Laten we eerst naar Achzib gaan.
Jij zult Je gewaad verwisselen, Je wangen scheren
en Je haar in orde maken. Niet zo, niet zo!
Ik kan je zo niet zien... Je lijkt me...
een die is ontsnapt aan wrede handen,
geslagen, uitgeput...
Je lijkt me op Abel van Bethlehem-in-Galilea,
bevrijd van al zijn vijanden..."
"Ja, Petrus.
Maar het is het hárt van Je Meester dat gehavend is...
en dat nooit meer zal genezen... sterker nog,
het zal steeds meer verwond raken.
Laten we gaan..."'
Reacties
Een reactie posten