Ptolemaïs somber onder grijze lucht en windstilte
CCCXVIII
REIS PER BOOT VAN ACHT APOSTELEN
SAMEN MET JOHANNES VAN ENDOR EN SYNTYCHE
VAN PTOLEMAÏS NAAR TYRUS
318.1
M. Valtorta:
'De stad Ptolemaïs [Akko] lijkt wel verpletterd te zullen blijven
onder een lage, loodgrijze hemel, zonder een glimpje blauw,
zonder ook maar een vleugje variatie in haar somberheid.
Nee. Geen enkele wolk, geen cirruswolk, geen nimbus,
die zweeft onder de gesloten kap van het firmament.
Maar enkel en alleen een holle en zwaar gewelfde hemel,
als een deksel dat op een kist zal neergelaten worden.
Een enorm tinnen deksel, vuil en roetig,
ondoorzichtig, beklemmend.
De witte huizen van de stad lijken van pleisterwerk gemaakt:
een ruw, grof, desolaat pleisterwerk, in dit licht...
En het groen van de altijdgroene bomen lijkt dof, treurig.
En de gezichten van de mensen lijken bleek of spookachtig,
en de kleuren van hun kleding dof.
De stad zinkt weg in de zware sirocco.
De zee beantwoordt de hemel met dezelfde aanblik van dood.
Een grenzeloze, stille, verlaten zee.
Ze is niet eens loodgrijs, dat zou onjuist zijn.
Het is een grenzeloze uitgestrektheid,
en ik zou zeggen rimpelloos,
van een olieachtige substantie,
grijs zoals meren vol ruwe olie moeten zijn,
of liever, als dat mogelijk was, meren van zilver,
vermengd met roet, met as, tot een romige pasta,
die een eigen, bijzondere kwartsachtige pracht heeft,
maar toch niet lijkt te glanzen, zo dood en ondoorzichtig is ze.
Deze pracht wordt alleen waargenomen door het ongemak dat het oog veroorzaakt,
verblind door het trillen van dit zwartachtig parelmoer, dat vermoeit zonder op te vrolijken.
Geen golf zover het oog reikt.
De blik reikt tot aan de horizon,
waar de dode zee de dode hemel raakt, zonder een golf te zien;
maar men begrijpt dat dit geen gestold water is, want er is een onderliggende deining,
die nauwelijks waarneembaar is aan de oppervlakte, door de vuile glans van het water.
Zo dood is de zee, dat het water aan de kust stilstaat, als het water in een bassin,
zonder de geringste aanwijzing van een golf of onderstroom.
En het zand is er duidelijk vochtig, een meter misschien van het water,
wat bewijst dat er al uren geen golfbeweging aan de kust is geweest.
De absolute kalmte.
De weinige schepen, in de haven, liggen roerloos.
Ze lijken vast te zitten in vaste materie, zo onbeweeglijk zijn ze,
en die paar stroken stof die op de hoge dekken zijn uitgespreid,
of het nu vlaggen of kleding zijn, hangen roerloos.'
Reacties
Een reactie posten