aankomst in vrijstad Kedesh, op marktdag

CCCXLII

IN KEDESH

-EEN TEKEN GEVRAAGD DOOR DE FARIZEEËN-

EN PROFETIE VAN HABAKUK



-Tel-Kedesh vandaag-

342.1

Maria Valtorta:

'De stad Kedesh ligt op een kleine heuvel,

enigszins geïsoleerd door een lange bergketen die van noord naar zuid loopt in het oosten,

terwijl in het westen een heuvelrug, bijna parallel, eveneens van noord naar zuid loopt.

Twee parallelle lijnen die echter smaller worden en bijna de vorm van een X aannemen.

Op het smalste punt, en meer tegen de oostelijke bergketen aanleunend dan tegen de westelijke,

ligt de berg met Kedesh op zijn hellingen, dat zich uitstrekt van de top tot de vrij vlakke hellingen,

en dat de koele, groene vallei domineert, die zeer smal is in het oosten en breder in het westen.


Het is een prachtige ommuurde stad,

met mooie huizen en een imposante synagoge,

net als de imposante fontein met vele spuitmonden,

waaruit vers, overvloedig water in een bassin beneden stroomt,

vanwaaruit beekjes ontspringen die andere fonteinen voeden,

misschien, of tuinen... Ik weet het niet.


Jezus komt binnen op marktdag.

Zijn hand is niet langer verbonden,

maar heeft nog wel een bruine korst

en een grote blauwe plek op de rug.


Jakobus, de zoon van Alfeüs,

heeft ook een roodbruine korst, op zijn slaap,

en een grote blauwe plek er rondom.


Andreas en Jakobus van Zebedeüs, minder getroffen,

vertonen geen tekenen meer van hun avontuur even geleden,

en zij lopen vlotjes, om zich heen kijkend, vooral opzij en naar achteren,

omdat ze dichtbij afstand hebben gehouden, voor en achter Jezus.


Ik heb de indruk dat ze op de plaats die gisteren beschreven werd,

of in de buurt daarvan, twee of drie dagen zijn gebleven, 

misschien om uit te rusten,

of om afstand te nemen van de rabbijnen,

uit angst dat die naar de grote steden zouden zijn getrokken

in de hoop hen te kunnen betrappen en nog meer kwaad te doen.


Tenminste, dat suggereren hun woorden.

"Maar dit is een toevluchtsstad!" zegt Andreas.


"En zij zullen de toevlucht en heiligheid van zo'n plaats respecteren, zeker!

Wat naïef van je, broer!" antwoordt Petrus.


Jezus staat tussen de twee Judassen in.

Voor Hem staan ​​Jakobus en Johannes,

en verderop de andere Jakobus, met Filippus en Matteüs.

Achter Hem staan ​​Petrus, Andreas en Thomas.

Tot slot nog Simon de Zeloot,

en Bartholomeüs.'


26 nov.1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken