Anna brengt Jezus naar 'pegrimsherberg' van Jona
330.9
Maria Valtorta:
'Ze bereiken een klein dorpje, met slechts een handvol huizen.
"Als ze ons hier onderdak bieden, zijn het Israëlieten.
We zitten precies op de grens. Als ze ons niet willen,
gaan we naar een ander dorp, in Fenicië dan."
"Ik heb geen vooroordelen, man."
Ze kloppen op een deur.
"Jij, Anna? Met vrienden?
Kom, kom, en God zij met je!"
zegt een zeer oude vrouw.
Ze betreden een grote keuken, waar het vuur fel brandt.
Een grote familie van alle leeftijden zit aan tafel,
maar maakt beleefd plaats voor hen die zijn aangekomen.
"Dit is Jona. Dat is zijn vrouw,
en zijn kinderen, kleinkinderen en schoondochters.
Een familie van patriarchen, trouw aan de Heer,"
zegt de herder Anna tegen Jezus.
En dan, zich tot de oude Jona wendend:
"En deze die bij mij is, is de Rabbi van Israël!
Degene die jij wilde leren kennen!"
"Ik prijs God om Zijn gastvrijheid
en om een plaats te hebben vanavond.
En ik prijs de Rabbi die naar mijn huis is gekomen,
en vraag om Zijn zegen."
Anna legt uit dat het huis van Jona a.h.w. een herberg is voor pelgrims
die van de zee naar het binnenland trekken.
Ze zitten allemaal in de warme keuken,
en de vrouwen bedienen de nieuwkomers.
Er heerst zo'n respect dat het bijna verlammend werkt.
Maar Jezus lost de situatie op door, meteen na de maaltijd,
de vele kinderen om Zich heen te verzamelen en belangstelling voor hen te tonen,
waardoor ze zich meteen tot Hem aangetrokken voelen.
En na hen, in de korte tijd die het avondeten van de rust scheidt,
worden ook de mannen des huizes vrijmoediger en vertellen
wat ze over de Messias hebben gehoord,
en vragen om nieuwe dingen.
En Jezus corrigeert, bevestigt, legt uit,
op een vriendelijke manier, in een rustig gesprek,
tot de pelgrims en hun families gaan rusten,
nadat Jezus iedereen gezegend heeft.'
Reacties
Een reactie posten