is het zonde om het kwaad van een ander te onthullen?


357.3

Maria Valtorta:

'Jezus slaat een arm om Johannes' schouders

en trekt hem naar Zich toe en zegt:


"Vertel me dan wat je voelt dat je me moet vertellen.

Wat zijn de dingen die Mijn Johannes aanvoelde,

met behulp van geestelijk licht,

in de duistere ziel van zijn metgezel?"


"Meester...

Ik heb er spijt van dat ik u dit verteld heb.

Ik zal twee zonden begaan..."


"Waarom?"


"Omdat ik Jou pijn zal doen door Jou te openbaren wat Jij niet weet

en... omdat... Meester, is het niet een zonde om te spreken

over het kwaad dat we in een ander zien? Ja, toch?...

Hoe kan ik dit dan zeggen, de naastenliefde schendend?!"


Johannes is diep bedroefd.



Jezus verlicht zijn ziel:

"Luister, Johannes.

Wat is belangrijker voor je, de Meester of je medeleerling?"

"De Meester, Heer. Jij bent het allerbelangrijkste."


"En wat ben Ik voor jou?"

"Het begin en het einde. Jij bent het al."

"Geloof je dat Ik, als het al, ook alles weet wat er is?"


"Ja, Heer... Daarom ben ik zo in tweestrijd.

Omdat ik denk dat Jij het weet, en lijdt.

Én omdat ik me herinner...

dat Je me ooit hebt verteld dat Jij soms de Mens bent, alleen de Mens,

en zo laat de Vader Je weten wat het betekent om een ​​mens te zijn,

die zich moet laten leiden door de rede.

En ik denk ook dat God, uit medelijden met Jou,

deze onaangename waarheden voor Je verborgen zou kunnen houden..."


"Houd vast aan deze gedachte, Johannes.

En spreek. Vol vertrouwen.

Het is geen zonde om wat je weet toe te vertrouwen aan Degene die 'Alles' voor je is.

Want die 'Alles' is niet aanstootgevend, noch mopperend,

noch zal Hij gebrek aan liefde hebben,

zelfs niet in gedachten,

jegens de ellendige.


Het zou een zonde zijn

als je wat je weet zou vertellen aan hen die niet louter liefde kunnen zijn,

bijvoorbeeld aan metgezellen, die zouden mopperen

en zelfs de schuldige genadeloos aanvallen,

hem en zichzelf schade berokkenend.


Want we moeten barmhartigheid hebben,

een barmhartigheid die altijd des te groter is,

hoe meer we te maken hebben met een arme ziel,

die lijdt aan allerlei kwalen.


Een dokter, een meelevende verpleegster of een moeder,

als de ziekte van een zieke gering is, zijn weinig bewogen,

en doen weinig moeite om hem te genezen.


Maar als het kind of de man ernstig ziek is,

in levensgevaar verkeert, al lijdt aan gangreen en verlamming...

hoe hard vechten ze dan, ondanks afkeer en vermoeidheid,

om hem te genezen! Is dat niet zo?


"Zo is het, Meester!" zegt Johannes,

die zijn gebruikelijke houding heeft aangenomen,

zijn arm om de nek van de Meester geslagen,

en zijn hoofd rustend op Zijn schouder.


"Welnu, niet iedereen weet hoe hij barmhartig moet zijn voor zieke zielen.

Daarom moet men voorzichtig zijn met het bekendmaken van hun kwalen,

opdat de wereld hen niet mijdt en hen met minachting behandelt.

Een zieke, die zich bespot voelt, wordt somber en verslechtert.

Maar als hij met blije hoop wordt behandeld, kan hij genezen.

Want de vertrouwvolle opgewektheid van de assistent

dringt tot hem door en helpt de medicijnen te werken.


Maar jij weet... dat ik Barmhartigheid ben

en dat ik Judas niet zal vernederen.

Spreek dus zonder scrupules.


Jij bent geen spion.

Jij bent een zoon die zijn vader met liefdevolle zorg

de ziekte van zijn broer toevertrouwt,

zodat de vader hem kan genezen.

Kom op!..."'


11 dec.1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken