Jezus is streng voor Petrus, net aangesteld als "primus"...


-Berouwvolle Petrus (Guido Reni)-

346.7

Maria Valtorta:

'Andreas kijkt hem een ​​paar keer aan,

en mompelt dan iets tegen Johannes, die diep bedroefd is.

Maar Johannes schudt zijn hoofd ontkennend. 

Dan neemt Andreas een besluit. 

Hij rent naar voren. 

Hij bereikt Jezus. 

Hij roept zachtjes, zichtbaar trillend:

"Meester! Meester!..."


Jezus laat hem een ​​paar keer roepen. 

Uiteindelijk draait Hij zich streng om, en vraagt: "Wat wil jij?"


"Meester, mijn broer is bedroefd... hij huilt..."

"Hij verdient het."

"Dat is waar, Heer.

Maar hij is nog steeds een mens... 

Hij kan niet altijd goed spreken."


"Sterker nog, vandaag sprak hij heel slecht!" antwoordt Jezus. 

Maar Hij is al minder streng, en een glimp van een glimlach verzacht Zijn goddelijke blik.

Andreas is bemoedigd, en smeekt Hem nog harder, om hulp voor zijn broer.


"Maar Jij bent rechtvaardig,

en Jij weet dat zijn liefde voor Jou hem tot dwaling heeft gebracht..."


"Liefde moet licht zijn, geen duisternis. 

Hij maakte er duisternis van en wikkelde zijn geest erin."


-idem-

"Dat is waar, Heer. 

Maar die zwachtels kunnen verwijderd worden, wanneer men maar wil. 

Het is niet alsof de geest zelf duister is. De verbanden zijn de buitenkant. 

De geest is de binnenkant, de levende kern... 

De binnenkant van mijn broer is goed."


"Verwijder dan de zwachtels die hij jullie heeft omgedaan."

"Natuurlijk zal hij dat doen, Heer! Hij doet het al. Keer Je om en kijk naar hem!

Hoe hij verminkt is  door de tranen die Jij niet troost. 

Waarom... ben Je zo streng voor hem?"


"Omdat hij heeft de plicht om 'de eerste' te zijn.

Zoals Ik hem de eer heb gegeven om dat te zijn.

Wie veel ontvangt, moet veel geven..."


"O Heer! Het is waar, ja. 

Maar herinnert Jij Je Maria van Lazarus niet?

Johannes van Endor?... Aglaë?... De Schone van Korazim?... Levi?...

Aan hen heb Jij alles gegeven... en zij hadden Jou slechts hun intentie tot verlossing gegeven... 

Heer!... Je hebt naar mij geluisterd, voor de Schone van Korazim, en voor Aglaë...

Zou Je dan niet naar mij willen luisteren voor Jouw en mijn Simon,

die zondigde uit liefde voor Jou?"


Jezus slaat zijn ogen neer op de zachtmoedige man

die moedig en volhardend opkomt voor zijn broer,

net zoals hij dat in stilte deed voor Aglaë en de Schone van Korazim.

En Zijn gezicht straalt: "Ga je broer halen," zegt Hij,

"en breng hem hier bij Mij!"


"O, dankjewel, mijn Heer! Ik ga..."

en hij rent weg, zo snel als een zwaluw.'


30 nov.1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken