Manaën biedt ridderlijk bescherming aan
348.2
Valtorta:
'Maar wat Hem redt uit de liefdevolle omhelzing,
is de aankomst van Manaën met andere discipelen,
onder wie de herders die in Judea waren.
"Vrede met U, Meester!" dondert de imposante Manaën,
in zijn prachtige gewaad, niet langer versierd met goud op zijn voorhoofd en vingers,
maar met een schitterend zwaard aan zijn zijde, dat de eerbiedwaardige bewondering wekt
van de kinderen die, in de aanwezigheid van deze magnifieke ridder,
in purper gekleed en met zo'n prachtig wapen aan zijn zijde,
terugdeinzen.
En zo kan Jezus hem omhelzen,
en ook Elia, Levi, Matthias, Jozef, Johannes, Simeon,
en ik weet niet hoeveel anderen omhelzen.
"Hoe komt het dat u hier bent?
En hoe wist u dat Ik van boord was gegaan?"
"Dat wist ik!
– het werd bekend door de kreten van de kinderen!
Die doorboorden de muren als pijlen van vreugde. Maar ik ben naar hier gekomen in de veronderstelling dat Uw reis naar Judea aanstaande is, en dat de vrouwen daar zeker aan zullen deelnemen... Ik zou er ook bij willen zijn... Om U te beschermen, Heer, als dat niet te hoogmoedig is. Er is veel onrust tegen U, in Israël. Pijnlijk om te zeggen. Maar U bent zich daarvan bewust..."'
Reacties
Een reactie posten