op weg naar Maria in Gethsemane, Anastatica nerveus
CCCLXVI
OP WEG NAAR GETHSEMANE MET SIMON ZELOOT
-MARGZIAM EN DE NIEUWE DISCIPEL ANASTATICA-
BRIEVEN UIT ANTIOCHIË
366.1
Maria Valtorta:
'Jezus heeft Bethanië verlaten
met degenen die bij Hem waren, namelijk Simon Zeloot en Margziam.
Maar Anastatica heeft zich bij hen gevoegd, volledig gesluierd, lopend naast Margziam,
terwijl Jezus iets achter hen loopt met Simon. De beide paren lopen al pratend.
Ieder over zichzelf, en over wat hen het meeste aan het hart ligt.
Anastatica zegt tegen Margziam, een gesprek voortzettend:
"Ik kan niet wachten om haar te ontmoeten!"
Misschien doelt de vrouw op Elise van Bethzur.
"Denk je dat ik niet eens zo ontroerd was toen ik naar mijn bruiloft ging,
of melaats werd verklaard?... Hoe moet ik haar begroeten?"
En Margziam, met een glimlach die tegelijkertijd lief en ernstig is:
"O! Bij haar echte naam: Mamma!"
"Maar ik ken haar niet! Is dat niet een te grote vertrouwdheid?
Wie ben ik tenslotte vergeleken met haar?"
"Wat ik vorig jaar was. Sterker nog, jij bent veel meer dan ik!
Ik was een arm, vies, bang, onbehouwen weeskind.
Toch noemde zij me vanaf het eerste moment altijd 'zoon',
en ze was een ware moeder voor me.
Vorig jaar was ik degene die trilde van de spanning.
Maar toen, alleen al door haar te zien, hield ik op met trillen.
De angst was volledig weg, die in mijn bloed was blijven hangen,
sinds ik met mijn kinderogen eerst de woede van de natuur had gezien,
die alles in mijn huis en mijn familie had verwoest,
en daarna... en daarna, toen ik met die kinderogen van mij,
had kunnen zien, móést zien hoe de mens een beest is,
wreder dan een jakhals en een vampier...
Altijd trillend... altijd huilend...
met een knoop in mijn buik, strak, hard,
pijnlijk van angst, van verdriet, van haat, van alles...
In een paar maanden had ik al het kwaad, alle pijn en wreedheid van de wereld leren kennen...
En ik kon niet langer geloven dat er nog steeds goedheid, liefde en bescherming bestond..."
"Maar hoe! Wanneer heeft de Meester jou meegenomen?
En sinds wanneer ben jij dan onder zijn discipelen,
die zo goed zijn!?"
"Ik trilde opnieuw, zuster... en ik haatte opnieuw.
O! Het duurde even voordat ik mezelf ervan kon overtuigen niet bang te zijn...
En het duurde nog langer voordat ik ophield met hem haten die mijn ziel had laten lijden
door haar te laten zien wat een mens kan zijn: een demon in de gedaante van een beest.
Je lijdt niet zonder langdurige gevolgen, vooral niet als je een kind bent...
Het litteken blijft, want ons hart is nog teder en warm
voor de kusjes van een moeder, hongerig naar kusjes,
meer dan naar brood.
En in plaats van kusjes, ziet het klappen..."
"Arm kind!"
"Ja. Arm... Zo arm!...
Ik had zelfs geen hoop meer in God, of respect voor de mens... Ik was bang voor de mens.
Zelfs in de buurt van Jezus, zelfs in de armen van Petrus, was ik bang...
Ik zei: 'Is dit mogelijk? O! Zo kan het niet blijven duren.
Ook zij zullen het beu worden om goed te zijn...'
En ik verlangde ernaar Maria te ontmoeten.
Een moeder blijft altijd een moeder, toch?
En toen ik haar zag, toen ik in haar armen lag, was ik niet meer bang.
Ik begreep dat alles uit het verleden voorbij was, en dat ik van de hel naar de hemel was gegaan...
De laatste pijn was dat ze me zouden vergeten...
Ik was altijd wantrouwig tegenover het kwaad.
En ik huilde hevig.
O! Toen! Met wat een liefde nam ze me!
Nee. Ik heb sinds dat moment niet meer om mijn moeder gehuild,
ik heb niet meer getrild... Maria is de zoetheid en vrede van de ongelukkigen..."
"Ik ook, heb zoetheid en vrede nodig..." zucht de vrouw.
"En die zul je binnenkort hebben. Zie je dat groen daar?
Daarin verborgen is het huis van Gethsemane!"
"En zal Elise daar ook zijn? Maar wat zal ik hun vertellen?
Wat zullen zij tegen mij zeggen?"
"Ik weet niet of Elisa er is. Ze was ziek."
"O! Ze zal toch niet sterven?! Wie zou me dan nog als dochter willen?"
"Wees niet bang." Hij heeft gezegd: 'Je krijgt een moeder en een thuis.'
En zo zal het ook zijn. Laten we wat sneller lopen.
Ik kan mezelf niet inhouden, als ik dicht bij Maria ben."
Ze versnellen hun pas,
en ik kan hun gesprek niet langer verstaan.'
Reacties
Een reactie posten