op zoek naar het landhuis van Ismaël de farizeër
CCCXXXV
TE GAST BIJ ISMAËL BEN FABI
EN DE WATERZUCHTIGE MAN GENEZEN OP SABBAT
335.1
Maria Valtorta:
'Ik zie Jezus snel lopen over een hoofdweg
die door de koude winterochtendwind wordt beroerd en hard gemaakt.
De velden aan weerszijden van de weg hebben slechts een schuchter pluimpje ontkiemende gewassen, een sluier van groen die de belofte van toekomstig brood in zich draagt, maar dat is een belofte die nog nauwelijks te bevatten is. Er zijn de schaduwrijke voren, nog verstoken van dit gezegende groen, en alleen de zonnigste plekken hebben dat lichte, reeds feestelijke dat al spreekt van de komende lente.
De fruitbomen zijn nog kaal, er zwelt zelfs geen enkele knop op aan hun donkere takken. Alleen de olijfbomen hebben dat eeuwige grijsgroene, even treurig onder de augustuszon als onder dit vroege winterochtendlicht. En met hen is er een groen, zachtgroen, van vers beschilderd keramiek: de dikke bladeren van de cactussen.
Jezus loopt, zoals Hij vaak doet, twee of drie stappen voor de discipelen uit.
Ze zijn allemaal goed ingepakt in hun wollen mantels.
Op een gegeven moment stopt Hij, en draait zich om.
Hij vraagt de discipelen: "Kennen jullie de weg?"
"Dit is de weg, maar niemand weet waar het huis is,
want het ligt verder landinwaarts... misschien bij dat dichte olijfbos..."
"Nee. Het moet daar zijn, bij die grote, kale bomen..."
"Daar zou een pad voor karren moeten zijn..."
Kortom, ze weten niets zeker.
Er zijn geen mensen te zien langs de weg of in de velden.
Ze dwalen doelloos verder,
op zoek naar de weg.
Ze vinden een klein, armoedig huisje,
omringd door twee of drie velden.
Een jong meisje haalt water uit een put.
"Vrede zij met je, meisje!" zegt Jezus,
terwijl hij stopt aan de rand van de heg,
waar een opening is voor wie komt en gaat.
"Vrede zij met U. Wat wilt U?"
"Een aanwijzing. Waar is het huis van Ismaël de Farizeeër?"
"U bent de weg voorbij, Heer.
U moet terugkeren naar het kruispunt,
en de weg nemen die naar de zonsondergang leidt.
Maar U hebt een lange, lange wandeling voor de boeg,
want U moet terug naar dat kruispunt, en dan verder, verder.
Hebt u gegeten?... Het is koud, en een lege maag maakt het nog erger.
Kom binnen, als U wil. Wij zijn arm, maar U bent ook niet rijk.
U kunt zich aanpassen... Kom binnen!"
En ze roept met een hoge stem: "Mama!"'
Reacties
Een reactie posten