Thomas' vader zal (gezegende) druiven persen voor volgende Pesach
363.4
Maria Valtorta:
'Het is geen ochtend meer, en het is ook geen middag meer.
De zwakke zonnestraal, die nauwelijks door de verwarde wolken heen breekt,
van een weer dat zich moeizaam herstelt, vertelt dat de zon bijna ondergaat
en dat de dag ten einde loopt.
De vrouwen zijn er niet meer, en met hen ook Isaak en Manaën niet,
terwijl Margziam er wel nog steeds is, en heel gelukkig aan Jezus' zijde zit,
die het huis verlaat om met de apostelen, en alle mannelijke familieleden van Thomas,
naar een aantal wijngaarden te gaan kijken, die een bijzondere waarde lijken te hebben.
Zowel de oude man, als de zwager van Thomas, leggen uit waar de wijngaard ligt,
en hoe zeldzaam de planten zijn, die nu alleen maar tere blaadjes hebben.
En Jezus luistert aandachtig naar deze uitleg,
geïnteresseerd in het snoeien en wieden,
alsof het het nuttigste werk op aarde is.
Ten slotte zegt Hij glimlachend tegen Thomas:
"Zal ik je zegenen voor dit geschenk van je tweelingzus?"
"O mijn Heer! Ik ben noch Doras, noch Ismaël.
Ik weet dat Jouw adem, Jouw aanwezigheid op een plek, op zich al een zegen is!
Maar als Jij Je rechterhand over deze planten wilt opheffen, doe dat dan maar,
en hun vruchten zullen zeker heilig zijn!"
"En overvloedig, toch? Wat zegt u ervan, vader?"
"Heilig is voldoende. Voldoende heilig!
En ik zal ze persen, en naar U opsturen voor het volgende Pesach!
En U zult het gebruiken in de rituele kelk!"
"Dat is afgesproken. Ik reken erop!
Met het komende Pesach wil ik de wijn drinken
van een ware Israëliet!"
Ze verlaten de wijngaard,
en keren terug naar het dorp.'
Reacties
Een reactie posten