alleen rijk aan geld, enkel jong qua lijf?... dán zul je bang zijn voor de dood


383.5

Maria Valtorta:

'"Vrede zij met jullie allen!

Zeer zeker mishaagt de dood de rijken en de jongeren,

die enkel rijk en jong zijn in geld en in jaren.

Maar zij die rijk zijn in deugd,

en die jong zijn door zuiverheid van moraal, 

die hebben geen afkeer van de dood.


De waarlijk wijze mens,

vanaf het moment dat hij het vermogen tot rede verwerft,

gedraagt ​​zich zodanig dat hij vredig zal sterven.

Het leven is de voorbereiding op de dood,

net zoals de dood de voorbereiding is op het grotere Leven.


De waarlijk wijze mens,

vanaf het moment dat hij de waarheid van leven en sterven begrijpt,

van het sterven om te worden opgewekt,

streeft er op alle mogelijke manieren naar

zich te ontdoen van al het nutteloze en zich te verrijken met al het nuttige,

d.w.z. met deugden en goede daden, zodat hij een overvloed aan goede dingen heeft

voor Hem die hem tot Zich zal roepen om hem te oordelen, te belonen of te straffen

naar volkomen rechtvaardigheid.


De waarlijk wijze mens leidt een leven

dat hem in wijsheid volwassener maakt dan een oude man

en jeugdiger dan een adolescent,

want door te leven met deugd en rechtvaardigheid,

bewaart hij in zijn hart een fris gevoel, 

dat soms zelfs jonge mensen niet bezitten.


Hoe zoet is het dan om te sterven!

Je vermoeide hoofd op de borst van de Vader te laten rusten, je in Zijn omhelzing te sluiten, 

te midden van de nevelen van het vluchtige leven te zeggen:

'ik hou van U, ik hoop op U, ik geloof in U!'

dat voor de laatste keer op aarde te zeggen, 

en het dan, het jubelende "ik houd van U!"...

voor alle eeuwigheid te zeggen

midden van de pracht

van het Paradijs!


Is de dood een harde gedachte? Nee.

Een rechtvaardig decreet zijnde voor alle stervelingen,

is het alleen een last voor hen die niet geloven

en die gebukt gaan onder zonde.


Tevergeefs zegt de mens,

om de verwarde zorgen te verklaren

van iemand die sterft en die niet goed was in zijn leven:

"Het is omdat hij nog niet wil sterven, want hij heeft niets goeds gedaan, of weinig goeds, 

en hij zou graag verder leven om het goed te maken."


Tevergeefs zegt men:

"Als hij langer had geleefd, had hij een grotere beloning kunnen ontvangen,

want hij zou méér gedaan hebben."


De ziel weet, althans vaag, hoeveel tijd haar gegeven is.

Een schamel niets, vergeleken met de eeuwigheid.

En de ziel spoort het hele zelf aan tot actie!


Maar arme ziel!

Hoe vaak wordt ze overweldigd, vertrapt, gekneveld,

om haar woorden niet te kunnen horen!


Dit overkomt hen die geen goede wil hebben.

Terwijl rechtvaardige mensen van jongs af aan naar de ziel luisteren, 

haar raadgevingen gehoorzamen, en voortdurend ijverig zijn;

En jong van leeftijd maar rijk aan verdienste, sterft de heilige, 

soms nog in de dageraad van zijn leven;

en zelfs met honderd of duizend jaar erbij,

zou hij niet heiliger kunnen zijn dan hij nu al is,

want de liefde voor God en de naaste, 

in al haar vormen en met alle vrijgevigheid beoefend, 

maakt hem volmaakt.


In de hemel kijkt men niet naar hoeveel jaar iemand geleefd heeft,

maar naar hoe iemand geleefd heeft.



Er wordt gerouwd om lijken.

We huilen erom. Maar het lijk huilt niet.


We sidderen bij de gedachte aan de dood.

Maar we willen niet zo leven dat we niet zullen sidderen op het uur van de dood.


En waarom huilen en treuren we niet om de lévende lijken, de ware lijken,

die, als in een graf, een dode ziel in hun lichaam dragen?


En waarom huilen zij die huilen,

wanneer ze denken dat hun lichaam moet sterven, 

niet om het lijk in hen?


Hoeveel lijken zie Ik wel niet, lachend en grappend, 

maar niet huilend om zichzelf!


Hoeveel vaders, moeders, echtgenoten, 

broers, zonen, vrienden, priesters, leraren zie Ik wel niet

dwaas huilen om een ​​zoon, een echtgenoot, een broer, een ouder,

een vriend, een gelovige, een discipel... die stierf in duidelijke vriendschap met God, 

na een leven dat een krans van volmaaktheid is...


en die niet huilen... om de lijken van de zielen

van hun zoon, echtgenoot, broer, vader, vriend, gelovige, discipel.

die dood is door ondeugd, door zonde, 

en voor eeuwig dood, 

voor altijd verloren...

tenzij hij zich bekeert!


Waarom proberen we ze niet weer tot leven te wekken?

Dát is liefde, weet je?

Dát is de grootste liefde.


O! Dwaze tranen over het stof dat tot stof terugkeert! 

Afgoderij van genegenheid! 

Hypocrisie van genegenheid!


Huil, maar huil over de dode zielen van je dierbaren!

Probeer ze tot leven te wekken!


En ik spreek in het bijzonder tot jullie, vrouwen,

die zoveel macht hebben over degenen van wie jullie houden.'


14 feb.1946

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken