Judas schaamteloos jegens zijn moeder
370.18
Maria Valtorta:
'Jezus, geroepen door Johanna, gaat naar haar toe.
Ondertussen loopt Judas naar zijn moeder toe,
die nog steeds door Maria getroost wordt,
en spreekt haar toe:
"Heb je je waanzin kunnen uiten?
Heb je me belasterd?
Ben je nu tevreden?"
"Judas! Is dat hoe je tegen je moeder praat?"
vraagt Maria streng.
Het is de eerste keer dat ik haar zo zie...
"Ja. Omdat ik haar vervolging zat ben."
"O! Mijn zoon, het is geen vervolging!
Het is liefde. Jij noemt mij ziek. Maar jij bent de zieke!
Je zegt dat ik je belaster en naar je vijanden luister.
Maar je doet jezélf onrecht aan,
je volgt en cultiveert slechte wezens
die jou zullen overweldigen.
Omdat je zwak bent, mijn zoon,
en zij hebben dat gemerkt...
Luister naar je moeder!
Luister naar Ananias, die oud is en wijs.
Judas! Judas!
Heb medelijden met jou, met mij!
Judas!!!
Waar ga je heen, Judas?!"
Judas, die haast over het terras spurt, draait zich om en roept:
"Waar ik nuttig ben en vereerd!" en rent de trap af,
terwijl zijn ongelukkige moeder,
over de balustrade leunend,
hem toeroept:
"Ga niet! Ga niet!
Ze willen jou ten gronde richten!
Zoon! Zoon!! Mijn zoon!..."
Judas is beneden aangekomen,
en de bomen verbergen hem voor het zicht van zijn moeder.
Hij verschijnt even in een lege ruimte,
voort hij de vestibule binnenloopt.
"Hij is weg!...
Trots verslindt hem!"
klaagt zijn moeder.
"Laten we voor hem bidden, Maria.
Laten we samen bidden..." zegt de Maagd,
terwijl ze de hand vasthoudt van de bedroefde moeder,
van de toekomstige godsdoder.'
Reacties
Een reactie posten