Petrus diep ontroerd, Judas ziet liever machtige Jezus
384.6
Maria Valtorta:
"Petrus kijkt hen na,
en veegt een traan weg met de rug van zijn hand,
voordat hij zijn onderbroken werk hervat.
"Huil jij, broer?"
Petrus antwoordt niet.
Andreas dringt aan: "Waarom huil je, broer?"
"Jij moet het onkruid wieden. Als ik huil, dan is dat omdat... omdat ik weet, ik..."
"Vertel het ook aan ons, wees zo goed!" zeggen sommigen.
"Het is omdat... Het is omdat deze lessen, zo... zo... goed gebracht...
mijn hart meer raken dan wanneer Hij machtig dondert..."
"Maar dan zien we de Koning in Hem!" roept Judas uit.
"En hier zien we de Heilige. Petrus heeft gelijk!" zegt Bartholomeüs.
"Maar om te regeren, moet Hij sterk zijn!"
"Maar om te verlossen, moet Hij heilig zijn!"
"Voor zielen, ja. Maar voor Israël..."
"Israël zal nooit Israël zijn, als de zielen niet geheiligd worden."
Het 'ja' en het 'nee' zijn met elkaar verweven.
En ieder brengt zijn eigen, andere mening naar voren.
De oude man komt weer naar buiten, met een kruik in zijn hand.
Hij gaat water halen bij de bron.
Hij lijkt niet meer dezelfde als voorheen, zo gelukkig is hij.
"Oude vader, luister. Wat heeft Israël volgens u nodig,
om groot te zijn?" vraagt Andreas.
"Een koning of een heilige?"
"Het heeft God nodig.
Die God daarbinnen, die bidt en mediteert.
Ach! Kinderen! Kinderen! Wees goed, jullie die Hem volgen!
Wees goed, goed, goed! Ach! Wat een gave heeft de Heer jullie gegeven!
Wat een gave! Wat een gave!"
En hij loopt weg, zwaaiend met zijn armen naar de hemel
en mompelend: "Wat een gave! Wat een gave!"...
Reacties
Een reactie posten