wat als je iemand niet weet te redden?...
376.5
M. Valtorta:
'Maria van Judas spreekt niet.
Maar ze kijkt, ze kijkt naar de Meester...
Jezus kijkt ook naar haar.
Hij zou haar kunnen bedriegen (?). Dat doet Hij niet.
Hij vernedert (?) haar niet, maar bedriegt (?) haar evenmin.
Hij antwoordt hen allen: "In de hemel zul je het weten."
De immer gekwelde moeder van Judas vraagt:
"Wat als iemand niet in staat zou zijn degene die ze liefheeft te redden,
ook al zou ze dat willen? Wat zou haar lot zijn?"
"Wat verdient haar goede ziel?"
"De hemel?... Maar, O Heer, zou een vrouw, een zus, of een moeder die...
die er niet in slaagde degene die ze liefhad te redden, en hem verdoemd zag worden,
de hemel kunnen ontvangen, ook al was ze in de hemel?
Geloof Je niet dat zij nooit vreugde zal kennen, omdat...
het vlees van haar vlees en bloed van haar bloed de eeuwige verdoemenis verdiend zal hebben?
Ik denk dat zij zich niet zal kunnen verheugen, als ze haar geliefde in ondraaglijke pijn ziet..."
"Je vergist je, Maria.
Het zien van God, het bezitten van God
dat zijn bronnen van zo'n oneindige zaligheid
dat er geen pijn meer is voor de gezegenden.
Actief en aandachtig blijven ze hen helpen die nog gered kunnen worden.
Ze lijden niet langer mee met hen die van God afgesneden zijn,
en dus van henzelf, die in God zijn.
De gemeenschap der heiligen
is voor de heiligen."
"Maar als ze diegenen helpen die nog gered kunnen worden,
is dat een teken dat die die geholpen worden nog geen heiligen zijn,"
werpt Petrus tegen.
"Maar ze hebben de wil, althans passief, om dat te zijn.
De heiligen in God helpen ook in de materiële behoeften
om hen te helpen van een passieve naar een actieve wil over te gaan.
Begrijp je me?"
"Ja en nee.
Kijk, stel dat ik in de hemel was
en ik zag, veronderstellen we, een vluchtige uiting van goedheid in...
laten we zeggen Eli de Farizeeër, wat zou ik dan doen?"
"Je zou er alles aan doen om zijn goede daden te versterken."
"En als het nergens toe leidde? Later?..."
"Later, als hij verdoemd was, zou je hem negeren."
"En als hij, zoals hij nu is, de verdoemenis volledig verdiende,
maar mij dierbaar was – wat nooit het geval zal zijn –
wat zou ik dan moeten doen?"
"Weet allereerst dat je jezelf riskeert te verdoemen
door te zeggen dat je hem niet dierbaar vindt
en hem ook nooitt dierbaar zult vinden.
Weet verder dat als je in de hemel was,
helemaal één met de Naastenliefde,
je voor hem zou bidden, voor zijn redding,
tot het moment van zijn oordeel.
Er zullen geesten gered worden op het allerlaatste moment,
na een heel leven van gebeden voor hen."'
Reacties
Een reactie posten