Engedi-overste ontmoette destijds de Driekoningen


390.6

M. Valtorta:

'"Ik herinner me een avond van vele jaren geleden.

Ik was toen gelukkig, maar ook toen, in vreugde, een gelovige.

Want zo is het nu eenmaal! Zolang de mens gelukkig is, kan hij God snel vergeten.

Ik geloofde in God, ook in die tijd van vreugde, toen mijn vrouw jong en gezond was,

en ik Elisa opvoedde, als jong meisje zo mooi als een palmboom al verloofd,

en Eliseo, die haar evenaarde in schoonheid en overtrof in kracht,

zoals het een man betaamt...


Ik was met de jongen naar de bronnen bij de wijngaarden gegaan,

die de bruidsschat van Colomba vormen,

en had vrouw en dochter achtergelaten bij de weefgetouwen,

waar de bruidsjurk werd geweven...

Maar misschien verveel ik je?

Een arme man droomt van vroegere vreugden, hij herinnert ze zich...

maar anderen geven er niet om..."


"Spreek, spreek!"



"Ik ging met de jongen mee... De bronnen...

Als je van de westelijke weg kwam, weet je waar ze zijn...

De bronnen lagen aan de rand van de gezegende plek,

en als je keek, zag je daarachter de woestijn,

en de weg wit van de Romeinse stenen,

toen nog duidelijk zichtbaar

in het zand van Juda...

Later...

was ook dat teken verdwenen!

En het is niks bijzonders dat een teken in het zand verdwijnt!

Het is erg dat het teken van God, gezonden om ons de weg te wijzen, 

verloren is gegaan in de harten van Israël.

In te veel harten!


Mijn zoon zei:

'Vader! Kijk!

Een grote karavaan, met paarden, kamelen,

en dienaren en heren op weg naar Engedi.

Misschien komen ze wel naar de bronnen, voor de avond valt...'


Ik sloeg mijn ogen op van de wijnranken die ik verzorgde,

moe na de overvloedige oogst, en ik zag...

de mannen rechtstreeks naar de bronnen komen.

En ze kwamen naar beneden en zagen me

en ​​vroegen of ze daar een nacht mochten kamperen.


'In Engedi zijn gastvrije huizen, en het is vlakbij,'

antwoordde ik.



'Nee. Laten we op de uitkijk staan, zodat we kunnen vluchten,

want Herodes zoekt ons. Van hieruit zullen de nachtwachten alles zien,

en zal het makkelijk zijn om te ontsnappen aan hen die ons zoeken.'


'Welke zonde hebben jullie begaan?' vroeg ik verbaasd,

al klaar om hen naar de grotten in onze bergen te verwijzen,

wat onze heilige gewoonte is tegenover vervolgden.


En ik voegde eraan toe:

'Jullie zijn vreemdelingen en komen uit andere streken...

Ik weet niet hoe jullie tegen Herodes gezondigd zouden kunnen hebben...'


-Driekoningen (James Tissot)-

'Wij hebben de Messias aanbeden,

die geboren is in Bethlehem in Judea,

en tot wie de Ster van de Heer ons heeft geleid.

Herodes zoekt Hem, en daarom zoekt hij ons,

omdat wij weten waar Hij is. En hij zoekt Hem om hem te doden.

Misschien zullen we sterven, in de woestijn, langs een lange en onbekende weg,

maar wij zullen de Heilige die uit de hemel is neergedaald nooit verloochenen!'


De Messias!! 

De droom van elke ware Israëliet! Mijn droom!

En Hij was in de wereld! En hij was in Bethlehem van Judea, zoals voorspeld [Micha5:1]!…

Ik vroeg, terwijl ik mijn kind dicht tegen mijn hart hield, steeds maar weer om nieuws,

en zei: 'Luisteren, Eliseo! GGoed onthouden! Jij zult Hem zeker zien!'


Ik was al vijftig jaar oud, 

en hoopte niet langer Hem nog te kunnen zien...

ook niet om Hem te kunnen zien als man... 

Eliseo... kan Hem niet langer aanbidden..."


De oude man huilt opnieuw.

Maar hij herpakt zich.

En zegt:


"De drie wijzen spraken met geduldige vriendelijkheid

en beschreven U in Uw kinderlijke heiligheid, en Uw moeder en Uw vader... 

Ik had de nacht bij hen willen doorbrengen... 

Maar Eliseo viel in mijn schoot in slaap.


Ik groette de drie wijzen, en beloofde te zwijgen,

om te voorkomen dat er mogelijke beschuldigingen in hun nadeel zouden komen.

Maar aan Colomba, in de bruidskamer, vertelde ik alles, 

en dit werd de zon, in onze latere tegenspoed.


(Cornelis Cornelisz van Haarlem)

Later kwam ons de slachting ter ore... 

en jarenlang wist ik niet of U veilig was.

Nu weet ik het. Maar ik alleen...

Want Elisa is dood, en Eliseo is er niet,

en Colomba kan het goede nieuws niet begrijpen...


Maar het geloof in de Macht van God, dat al levendig was, werd vervolmaakt,

vanaf die verre avond toen die drie mannen, van verschillende rassen, getuigden van Gods Macht,

door hun eenheid, via de stem van sterren en zielen, op het pad van God, 

om Zijn Woord te aanbidden."


"En uw geloof zal beloond worden!"'


21 feb.1946

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken