farizeeër Hilkia zou naar Jezus willen luisteren
413.4
Maria Valtorta:
'"U vergist zich!"
zegt een moerassige farizeeër,
gevolgd door anderen van zijn soort en enkele Schriftgeleerden.
"U vergist zich!
U moet niet geloven dat een hele kaste gelijk is aan één van hen.
Hé! Hé! Aan elke boom is goed en kwaad."
"Inderdaad.
Vijgen zijn over het algemeen zoet.
Maar als ze onrijp of overrijp zijn, zijn ze zuur. Jullie zijn zuur.
Net als de vijgen in de slechte mand van de profeet Jeremia!"
zegt iemand uit de menigte die ik niet ken, maar die vast wel bekend is bij velen,
en bovendien machtig, want ik zie een veelbetekenende knipoog in de menigte
en merk op dat de farizeeër de klap incasseert, zonder te reageren.
Sterker nog,
met een nog welluidendere toon wendt hij zich tot de Meester,
en zegt: "Schitterend onderwerp van Uw wijsheid!
Spreek tot ons, o Rabbi, over dit onderwerp.
Uw uitleg is zo... nieuw... zo... geleerd...
Wij proeven ervan met een gretige honger!"
Jezus kijkt deze farizeïsche held strak aan en antwoordt dan:
"U hebt ook een andere, niet beleden honger, o Hilkia, en uw vrienden ook.
Maar ook dat voedsel zal u gegeven worden... En het zal zuurder zijn dan vijgen.
En het zal jullie ingewanden aantasten, zoals zure vijgen de darmen aantasten."
"Nee, Meester. Ik zweer het U bij de naam van de levende God!
Mijn vrienden en ik hebben geen andere honger dan U te horen spreken…
God ziet ons, als..."
"Genoeg.
Een eerlijk man heeft geen eden nodig.
Zijn dáden zijn eden en getuigenissen!"'
Reacties
Een reactie posten