goeden zullen getroost worden: gerechtigheid vólgt!
397.4
M. Valtorta:
'"O, keer terug, keer terug naar Mij, o woorden!
Woorden die voortkomen uit het Woord van God.
Woorden gesproken door Gods woordvoerder, Jesaja, Zijn profeet.
Kom, keer terug naar de Bron, o eeuwige woorden,
om verspreid te worden over dit bloembed van God,
o deze kudde, o dit nageslacht!
O, kom!
Dit is een van de uren en van de bijeenkomsten
waarvoor jullie gegeven zijn, o profetische woorden,
o klank van liefde, o stemmen van waarheid!
Kijk, ze komen!
Kijk, ze keren terug naar Hem die hen inspireerde!
Kijk, Ik, in de naam van de Vader, van Mijn Wezen en van de Geest,
spreek tot deze geliefden van God, de uitverkorenen uit Gods kudde,
die bedoeld was om enkel uit lammeren te bestaan,
maar zich verdorven heeft met rammen,
en nog smeriger beesten.
'Jullie zullen zuigen en verzadigd worden aan de borsten van de goddelijke Troost,
en je zult overvloedig genot putten uit de veelvuldige heerlijkheid van God.
Zie! De Heer zegt tot jullie: Vrede laat Ik jullie toestromen als een rivier,
en als een vloedgolf die overstroomt, zullen jullie meer hebben
dan de glorie/heerlijkheid van de volkeren.
De heerlijkheid van de hemel zal je overspoelen.
Jullie zullen haar opzuigen, gedragen aan haar borst,
en op haar knieën zullen jullie gekoesterd worden.'
Ja, zoals een moeder haar kind koestert,
zoals Ik dit kindje koester aan wie Ik mijn naam heb gegeven
(en Jezus neemt de kleine Jesaï inderdaad uit de armen van zijn moeder,
die bijna aan Zijn voeten is, te midden van haar drie andere kinderen),
zo zal Ik jullie troosten, jullie die Mij liefhebben, en Mij zullen blijven liefhebben,
en spoedig zullen jullie voor eeuwig getroost worden in Mijn Koninkrijk.
Jullie zullen het zien,
en jullie hart zal vervuld zijn van vreugde,
en jullie beenderen zullen zoals het gras/de kruiden weer vergroenen,
o vrij van alle angst, want trouw aan Mij,
wanneer de Heer komt in het vuur,
op een wagen als een wervelwind,
om te leiden,
in het vuur van liefde en gerechtigheid,
en om te straffen of te exalteren,
de lammeren scheidend van de wolven,
d.w.z. van hen die dachten zichzelf te heiligen en te zuiveren,
maar die in plaats daarvan zich tot afgodendienaars maakten.
De Heer, die nu heengaat, zal wederkomen,
en gezegend zijn zij die Hij aantreft, volhardend tot het einde.
Dit is Mijn afscheid, en daarmee Mijn zegen.
Kniel neer, opdat Ik jullie ermee kan sterken.
Moge de Heer jullie zegenen en beschermen.
Moge de Heer jullie Zijn aangezicht tonen en jullie genadig zijn.
Moge de Heer jullie Zijn vrede geven.
Ga nu maar!
Laat toe dat Ik afscheid neem
van de goeden onder de goeden van Juttah."'
Reacties
Een reactie posten