Jozef laat verschoppelingen die hij opvangt erbij halen
408.2
M. Valtorta:
'Nu zullen we de kinderen van God brengen
en hun de gave van de Vader geven. Abraham, ga ze halen!"
zegt hij dan, zich wendend tot een patriarchale boer,
die wellicht de eerste van de landarbeiders op Jozefs landgoed is.
Ik denk het wel, want ik zie dat de andere bedienden deze oude man zeer respecteren,
hij werkt niet, maar waakt over de meester, geeft hem advies en helpt hem.
En de oude man gaat...
Ik zie hem, op weg naar een groot en heel laag gebouw,
meer een schuur dan een huis, met twee gigantische deuren die tot aan de dakrand reiken.
Ik denk dat het een soort pakhuis is, waar karren en ander landbouwgereedschap worden opgeslagen.
Hij gaat naar binnen en komt naar buiten, gevolgd door een ellendige en heterogene menigte van alle leeftijden... en allerlei soorten ellende... Er zijn uitgemergelde mensen zonder lichamelijke gebreken, en er zijn kreupelen, blinden, verminkten, mensen met oogproblemen... Veel weduwen, met veel wezen om zich heen, of ook vrouwen van zieken, droevig, neerslachtig, uitgeput door de wakes en opofferingen vanwege de zorg voor de zieken.
Ze komen naar voren met die bijzondere blik van armen wanneer ze naar een plek gaan waar ze iets zullen ontvangen: een verlegen blik, de verlegenheid van eerlijke armen, en toch een glimlach die boven het verdriet uitstijgt, dat de dagen van pijn op hun magere gezichten hebben gegrift, en toch een vonkje van triomf, haast een reactie op de wreedheid van het lot in droevige dagen, en ze lopen verder, zeggende: "Vandaag is ook voor ons een feestdag, vandaag is het feest, het is vreugde, het is opluchting voor ons!"
De kleintjes sperren hun ogen wijd open bij de stapels korenschoven,
hoger dan het huis, en zeggen, wijzend naar hun moeders:
"Voor ons? O! Prachtig!"
De ouderen mompelen:
"Moge de Gezegende de barmhartigen zegenen!"
De bedelaars, de kreupelen, de blinden, de verminkten of de blinden:
"Ook wij zullen eindelijk brood hebben! Zonder steeds de hand uit te hoeven strekken!"
En de zieken tegen hun verwanten:
"Nu kunnen we tenminste genezen, zonder dat jullie voor ons hoeven te lijden.
De medicijnen zullen ons nu goed doen!"
En hun verwatne tegen de zieken:
"Zie je? Nu zullen jullie niet meer zeggen dat wij vasten
om jullie een kruimeltje over te laten. Wees blij!..."
En de weduwen tegen de wezen:
"Mijn kinderen, je moet de Vader in de hemel, die jullie vader is,
en de goede Jozef, die Zijn beheerder is, zegenen.
Nu zullen we jullie niet langer horen huilen van de honger,
o kinderen die alleen jullie moeders hebben om je te helpen...
arme moeders die niets waardevols bezitten, behalve hun hart..."
Een koor en een voorstelling die opluchting bieden,
maar ook tranen in de ogen brengen...'
Reacties
Een reactie posten