Nicodemus vraagt en krijgt zegen voor zijn gewassen
407.5
M. Valtorta:
'"Nicodemus, Ik heb de tien die ontbreken naar uw huis gestuurd..."
"Ik ben de hele nacht onderweg geweest om ervoor te zorgen
dat mijn order werd uitgevoerd..."
"Ja. Order op grond van dewelke God u zegent!
Welke stem heeft u verteld dat dit een genadejaar is,
en niet het komende jaar, bijvoorbeeld?..."
"...Ik weet het niet... En ik weet...
Ik ben geen profeet. Maar ik ben geen dwaas.
En een licht uit de hemel heeft mijn verstand verrijkt. Mijn Meester...
Ik wilde dat de armen Gods gaven zouden genieten terwijl God nog onder de armen is...
En ik durfde niet te hopen dat U er zou zijn, om dit graan, mijn olijven, en de wijngaarden en boomgaarden die bestemd zijn voor de arme kinderen van God, mijn broers, een zoete smaak en heiligende kracht te geven... Maar nu U hier bent, hef Uw gezegende hand op, en zegen ze, zodat, samen met de voeding voor het lichaam, de heiligheid die van U uitgaat, mag neerdalen op hen die zich ermee voeden."
"Ja, Nicodemus! Een terecht verlangen, dat de hemel goedkeurt."
En Jezus opent Zijn armen om te zegenen.
"O, wacht! Laat me de boeren erbij roepen!"
En met een fluitje fluit hij driemaal, een schelle fluittoon die zich door de stille lucht verspreidt en een stormloop van maaiers, arenverzamelaars en toeschouwers van alle kanten veroorzaakt. Een kleine menigte...
Jezus opent Zijn armen en zegt:
"Moge door de kracht van de Heer,
door het verlangen van Zijn dienaar,
de Genade van gezondheid van geest en lichaam
neerdalen op ieder graan, op elke druif, olijf en vrucht,
en moge het voorspoedig zijn en hen heiligen die zich ermee voeden,
met een goede geest, rein van lust en haat, en bereid om de Heer te dienen
in gehoorzaamheid aan Zijn goddelijke en volmaakte Wil."
"Zo zij het!"
antwoorden Nicodemus, Andreas, Jakobus, Stefanus en de andere discipelen...
"Zo zij het!" herhaalt de kleine menigte, terwijl ze opstaan,
nadat ze geknield waren om gezegend te worden.'
Reacties
Een reactie posten