niet bang zijn, wel je bekeren (voor je sterft)
402.7
Maria Valtorta:
'"Ik heb jullie dit verteld,
opdat jullie het zouden weten.
Opdat iedereen het zou weten.
En opdat de goddelozen zich mogen bekeren,
zolang ze nog kunnen, naar het voorbeeld van Achab,
en opdat de goeden niet verontrust zouden worden in de duisternis.
O kinderen van Battir, vaarwel.
Moge de God van Israël altijd met jullie zijn,
en moge de Verlossing haar dauw neerzenden op een rein veld,
zodat daarin alle zaden mogen ontkiemen die in jullie harten gezaaid zijn
door de Meester die jullie tot de dood toe liefhad."
Jezus zegent hen,
en kijkt hen langzaam na terwijl ze weggaan.
De zon gaat onder.
Alleen een rode gloed, die langzaam vervaagt tot paars,
blijft over als herinnering aan de zon.
De sabbatsrust is voorbij.
Jezus kan vertrekken.
Hij kust de kleinen, groet de discipelen en groet Chusas.
En bij de drempel van de poort keert Hij zich om
en zegt luid, zodat allen het kunnen horen:
"Ik zal tot die schepseltjes spreken, wanneer Ik kan.
Maar jij, Johanna, zorg ervoor dat je hun laat weten
dat in Mij alleen de vijand van de zonde is
en de koning van de geest.
En onthoud U het ook, Chusas.
En beef niet.
Niemand hoeft voor Mij te beven.
Zelfs geen zondaars, want Ik ben de Verlosser.
Alleen zij die tot de dood toe onberouwvol blijven, moeten voor Christus beven,
de Rechter gezien Hij de Volmaakte Liefde is geweest...
Vrede zij met jullie."
En Hij gaat als eerste naar buiten,
en begint aan de afdaling...'
Reacties
Een reactie posten