vrolijke Jezus wil vrouwtje helpen - waarom zo vrolijk, wil Petrus weten
411.5
Maria Valtorta:
'"Wie komt mee die arme oude vrouw helpen?" zegt Jezus,
wijzend naar een oude vrouw die, in de brandende hitte, aren aan het verzamelen is
in de gemaaide voren.
"Ik!" zegt Johannes.
En met hem Thomas en Jakobus.
Maar Petrus pakt Johannes bij de mouw,
en leidt hem een stukje verder apart, zeggende:
"Vraag de Meester wat Hem zo blij maakt!
Ik heb het Hem gevraagd, maar Hij zei niets anders dan:
'Mijn geluk is het zien van een ziel die het Licht zoekt.'
Maar als jij het Hem vraagt... zal Hij jou alles vertellen."
Johannes is verscheurd tussen zijn terughoudendheid
en zijn verlangen om het te weten en Petrus een plezier te doen.
Hij loopt langzaam naar Jezus toe, die al in het veld aan het aren verzamelen is.
De oude vrouw, die al die jonge mensen ziet,
maakt een wanhopig gebaar en haast zich.
"Mevrouw! Mevrouw!" roept Jezus.
"Ik ben aren aan het verzamelen voor u!
Blijf niet in de zon, moeder.
Ik kom eraan."
De oude vrouw, diep ontroerd door zoveel vriendelijkheid, kijkt Hem strak aan,
gehoorzaamt dan en draagt haar kleine, gebogen en licht trillende lichaam
langs de rand van de schaduw van de oever.
Jezus loopt snel en raapt aren op.
Johannes volgt Hem op de voet.
Verderop lopen Thomas en Jakobus.
"Meester!" hijgt Johannes. "Hoe vindt u zoveel aren?
Ik vind er maar weinig in de voren hiernaast!"
Jezus glimlacht en zegt niets.
Ik durf het niet te zweren. Maar het lijkt wel
dat afgesneden, ongeoogste aren overal opduiken
waar het goddelijke oog op rust.
Jezus raapt ze op en glimlacht.
Hij heeft een heuse korenschoof in Zijn armen!
"Hier, Johannes, neem de Mijne!"
"Zo heb jij er ook veel, en het moedertje zal blij zijn."
"Maar, Meester... Jij... verricht Jij wonderen?
Het is onmogelijk dat Je er zoveel vindt!"
"Sst! Het is voor het moedertje...
Ik denk aan de Mijne en aan die van jou.
Kijk eens hoe oud ze is!...
De goede Heer, die pasgeboren vogeltjes voedt,
wil de kleine graanschuur van dit omaatje vullen.
Ze zal brood hebben voor de maanden die haar nog resten.
Want ze zal de nieuwe oogst niet meer meemaken.
Maar Ik wil niet dat ze honger lijdt, in haar laatste winter.
Dadelijk zul je haar uitroepen horen. Bereid je voor, Johannes,
om je oren te laten scheuren, net zoals Ik Me voorbereid
om gewassen te worden met tranen en kussen..."
"Wat ben Je toch al vrolijk geweest, Jezus, de afgelopen dagen! Waarom?...”
"Wil jij dat weten, of is er iemand die jou gestuurd heeft?"
Johannes, die al rood was van vermoeidheid, wordt knalrood.
Jezus heeft het begrepen:
"Zeg tegen degene die je gestuurd heeft,
dat het een van Mijn broeders is, die ziek is en genezing zoekt.
Zijn verlangen om te genezen, vervult Mij met vreugde!"
"Wie is het, Meester?
"Een broer van jou, iemand die Jezus liefheeft, een zondaar."
"Dus niet een van ons?"
"Johannes, geloof jij echt dat er geen zonde is onder jullie?
Geloof je dat Ik alleen maar blij wordt door jullie?"
"Nee, Meester. Ik weet dat ook wij zondaars zijn,
en dat Jij alle mensen wilt redden."
"En dus?...
Ik heb jou gezegd: 'Onderzoek het kwaad niet' toen het aan het licht kwam.
Ik zeg jou nu hetzelfde, nu er iets goeds aanbreekt..."'
Reacties
Een reactie posten